Curaçao Industrial Services N.V. (CIS) vordert in kort geding de opheffing van conservatoir derdenbeslag dat door [gedaagde] is gelegd op basis van een vermeende vordering tot betaling van een commissie van 10% van een ontvangen bedrag van Aqualectra N.V.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst uit 2018 tussen CIS en [gedaagde], waarin een commissie werd toegezegd voor bemiddeling. CIS betwist de overeenkomst en stelt dat de general manager die tekende niet bevoegd was en dat geen bemiddelingswerkzaamheden zijn verricht die tot het resultaat hebben geleid. [Gedaagde] voert aan dat zij via haar contacten partijen aan tafel heeft gebracht, wat uiteindelijk heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst en betaling.
Het gerecht stelt vast dat de bemiddelingswerkzaamheden niet door [gedaagde] zelf zijn verricht, maar mogelijk door haar partner, en dat het behaalde resultaat niet het gevolg is van deze inspanningen. De onderhandelingen waren vastgelopen en de uiteindelijke betaling volgde uit een civiele procedure en vaststellingsovereenkomst zonder bemoeienis van [gedaagde].
Daarom is summierlijk gebleken dat de vordering ondeugdelijk is en het beslag vexatoir. Het beslag wordt opgeheven en [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten van CIS.