ECLI:NL:OGEAC:2023:177

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
29 mei 2023
Publicatiedatum
27 juli 2023
Zaaknummer
CUR202203373
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.C.B. Hubben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 206 RvArt. 208 RvArt. 60 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking vordering zonder instemming royement

In deze civiele procedure heeft eiser in conventie zijn vordering na antwoord en comparitie ingetrokken middels een brief aan de griffie, zonder gebruik te maken van artikel 208 Rv Pro dat vereist dat afstand van instantie bij akte wordt gedaan. Hierdoor is het regime van artikel 206 Rv Pro van toepassing, dat royement van de zaak alleen toestaat met instemming van beide partijen.

Gedaagde in conventie stemde alleen in met royement indien eiser in conventie werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. Eiser verzette zich hiertegen met het argument dat gedaagde kosteloos procedeerde met pro deo rechtsbijstand gefinancierd door het Land. Het gerecht oordeelde dat dit geen belemmering vormt voor een proceskostenveroordeling.

Omdat partijen niet tot een schikking kwamen en de zaak op de rol stond, veroordeelde het gerecht eiser in conventie op grond van artikel 60 Rv Pro in de proceskosten van gedaagde, begroot op NAf 2.500. De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en overige vorderingen werden afgewezen.

Uitkomst: Eiser in conventie wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde ter hoogte van NAf 2.500.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202203373
Vonnis van 29 mei 2023
in de zaak van
[EISER IN CONVENTIE],
wonende in Curaçao,
eiser in conventie, gedaagde in voorwaardelijke reconventie,
gemachtigde: mr. J.C. Meulen,
tegen
[GEDAAGDE IN CONVENTIE],
wonende in Curaçao,
gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie,
gemachtigde: mr. E.B. Wilsoe,
Partijen zullen hierna [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzoekschrift met producties, op 2 september 2022 ter griffie ingediend;
  • de conclusie van antwoord, tevens voorwaardelijke eis in reconventie;
  • de producties die zijdens beide partijen ter voorbereiding op de mondelinge behandeling ter griffie zijn ingediend;
  • de mondelinge behandeling op 13 april 2023;
  • het schrijven van [eiser in conventie] van 9 mei 2023, ingediend ter griffie, waarin hij aangeeft zijn vordering in te trekken, de schriftelijke reactie hierop zijdens [gedaagde in conventie] van 9 mei 2023 dat zij een proceskostenveroordeling verzoekt en tenslotte de schriftelijke reactie van [eiser in conventie] van 11 mei 2023 dat hij zich tegen een proceskostenveroordeling verzet.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Namens [gedaagde in conventie] is verzocht om een bevelschrift, uitvoerbaar bij voorraad, uit te vaardigen met betrekking tot de proceskosten, naar aanleiding van het feit dat [eiser in conventie] heeft aangegeven zijn vordering te willen intrekken. Dit verzoek lijkt gegrond op artikel 208 Rechtsvordering Pro (hierna: Rv) dat geldt in het geval sprake is van het door eiser bij akte afstand doen van instantie na antwoord. Hiervan is echter in het onderhavige geval geen sprake, immers eiser heeft niet bij akte, maar bij brief aan de griffie aangegeven zijn vordering te willen intrekken. Reeds hierom geldt niet het regime van artikel 208, maar dat van artikel 206 Rv Pro dat handelt over het doorhalen (royement) van een zaak op de rol.
2.2.
Royement van een procedure is ingevolge artikel 206 Rv Pro slechts mogelijk met instemming van beide partijen. [gedaagde in conventie] heeft aangegeven slechts in te stemmen met een royement indien een proceskostenveroordeling van [eiser in conventie] wordt uitgesproken. [eiser in conventie] heeft hierop aangegeven zich tegen een proceskostenveroordeling te verzetten, omdat [gedaagde in conventie] kosteloos procedeert en gebruik maakt van pro deo rechtsbijstand gefinancierd door het Land. Het gerecht oordeelt in dit verband als volgt.
2.3.
Nu [eiser in conventie] zijn vordering na antwoord en comparitie wegens het komen te ontbreken van zijn belang daarbij heeft ingetrokken, terwijl de zaak op de rol stond in afwachting van de uitkomst van schikkingsonderhandelingen en partijen niet tot een schikking zijn gekomen, ziet het gerecht aanleiding [eiser in conventie] op de voet van artikel 60 Rv Pro te veroordelen in de proceskosten van [gedaagde in conventie]. Daaraan staat niet in de weg dat laatstgenoemde toestemming heeft verkregen kosteloos te procederen. Immers er bestaat geen wet- of regelgeving die in dat geval een proceskostenveroordeling blokkeert. Wel geldt, evident, dat niet de bedoeling is dat [gedaagde in conventie] haar proceskosten dubbel vergoed ziet.
2.4. [
Eiser in conventie] zal dus in de proceskosten van [gedaagde in conventie] worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde in conventie] tot op heden begroot op NAf 2.500 (2 punten x tarief 5) aan gemachtigdensalaris.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
veroordeelt [eiser in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie] tot op heden begroot op NAf 2.500;
3.2.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.B. Hubben, rechter, bijgestaan door
mr. C.L. Navarro, griffier, en in hete openbaar uitgesproken op 29 mei 2023.