Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Wettelijk kader onderhoudskosten
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, eigenaar van een woning die als beschermd monument is geregistreerd, maakte aanspraak op aftrek van onderhoudskosten voor de jaren 2014, 2015 en 2017. De Inspecteur der Belastingen had slechts een deel van de kosten voor 2014 geaccepteerd en de overige aanslagen gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de kosten ten onrechte niet volledig in aftrek waren genomen.
Tijdens de procedure heeft belanghebbende meerdere stukken overgelegd, waaronder bonnen en facturen, maar deze boden onvoldoende inzicht in de aard van de werkzaamheden en de relatie tot de woning. Ook was niet duidelijk of de kosten daadwerkelijk door belanghebbende waren betaald. De Inspecteur handhaafde de aanslagen en verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende zijn bewijslast niet had voldaan en dat de opgevoerde kosten niet aannemelijk waren gemaakt als onderhoudskosten aan de woning. Daarom kwam geen aftrek in aanmerking. De aanslagen bleven in stand en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van aftrek van onderhoudskosten wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.