Huurder en verhuurder sloten een huurovereenkomst voor een kantoorunit van 1 januari 2022 tot 31 december 2023. Huurder vroeg voortijdige beëindiging wegens groei, wat verhuurder weigerde. Verhuurder betrad het kantoor op meerdere momenten zonder toestemming om de airconditioner uit te zetten, ondanks expliciete verboden van huurder vanwege privacygevoelige documenten.
Huurder ontbond de overeenkomst per 1 juli 2022 wegens deze schendingen. Verhuurder vorderde ontbinding en schadevergoeding wegens gederfde huur en aanschaf meubels, terwijl huurder borg terugvorderde. Het gerecht oordeelde dat verhuurder tekortgeschoten is door ongeoorloofd binnentreden en dat dit een gerechtvaardigde grond voor ontbinding is.
Het beroep van verhuurder op schuldeisersverzuim faalde omdat het binnentreden zonder toestemming niet gerechtvaardigd was. De schadevergoedingsvorderingen van verhuurder werden afgewezen. Verhuurder werd veroordeeld tot betaling van de borgsom aan huurder en in de proceskosten. Het vonnis is direct uitvoerbaar.