Uitspraak
Parketnummer: 555.00294/19
Vonnis van dit Gerecht
[verdachte],
30 september 2019 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van Pro de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, een hoeveelheid pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA-HCI (3,4- methylenedioxymethamphetamine) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/ of methamphetamine, althans enige bereiding van MDMA-HCI (3,4-methyIenedioxymethamphetamine) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of methamphetamine, zijnde MDMA-HCI (3,4-methylenedioxymethamphetamine) en/of N-ethyl-MDA
30 september 2019, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft/hebben uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van Pro de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in hun/zijn bezit heeft/hebben gehad en/of aanwezig heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben aangewend, een hoeveelheid gram cocaïne en/of heroïne en/of hennep, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine en/of heroïne en/of hennep, althans enige bereiding van cocaine en/of heroïne en/of hennep, zijnde cocaïne en/of heroïne en/of hennep (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening Pro 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikel 3 en Pro/of 4 jo 11a Opiumlandsverordening 1960)
[benadeelde] heeft bedreigd met verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel
1 van de Wapenverordening 1931 en/of met brandstichting, immers heeft hij/zij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk genoemde [benadeelde] dreigend de woorden toegevoegd:' Als je praat, zal ik enkele Colombianen inhuren om jij en je familie te laten vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking geuit.
- de verdachte en ene [naam 1] in de periode 26 mei 2019 tot 1 oktober 2019 472 gesprekken hebben gevoerd over de smokkel van XTC-pillen, waarbij de verdachte pillen met fotobeelden en uitleg naar [naam 1] zou hebben verzonden;
- de verdachte en ene [naam 3] in de periode tussen 25 september 2019 en 26 september 2019 30 gesprekken hebben gevoerd over de aankoop en verkoop van XTC-pillen;
- de verdachte en ene [naam 4] tussen 5 juli 219 en 29 september 2019 152 gesprekken hebben gevoerd, waaruit zou volgen dat de verdachte boos en teleurgesteld is over het niet nakomen van de afspraak over een schuld.
(16 september 2019) heeft plaatsgevonden [10] . Naar het oordeel van het Gerecht wordt de aangifte door dit gesprek echter evenmin voldoende ondersteund, nu in de samenvatting van dit gesprek uitsluitend staat opgenomen dat de verdachte aangeefster heeft bedreigd, zonder dat is opgeschreven wat de verdachte tegen aangeefster zou hebben gezegd. Of de verdachte inderdaad de bewoordingen heeft geuit zoals opgenomen in de tenlastelegging, of anderszins woorden heeft gebruikt die juridisch kunnen worden gekwalificeerd als bedreiging, kan het Gerecht daarom niet toetsen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het als feit 4 tenlastegelegde, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
19 mei 2019, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van Pro de Opiumlandsverordening 1960 een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening Pro 1960.
cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
1. Een proces-verbaal nader horen aangeefster [benadeelde] (doorgenummerde pagina 78 e.v.), inhoudende als verklaring van aangeefster:
2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Nederland van 5 september 2022 (los stuk), inhoudende als verklaring van verdachte:
het Gerecht begrijpt: aangeefster [benadeelde]) (…). ”
3. Een ander geschrift, te weten een reisspecificatie betreffende [benadeelde] van TUI Curaçao (doorgenummerde pagina 82 e.v.), inhoudende:
4. Een proces-verbaal “samen reizen verdachte [verdachte] en aangeefster [benadeelde]” (doorgenummerde pagina 126 e.v.), inhoudende als relaas van verbalisant:
het Gerecht begrijpt: vanaf Curaçao) via Aruba naar Amsterdam zijn vertrokken.
Vluchtinformatie en passagier:Vertrek aangeefster [benadeelde], d.d. 19 mei 2019, vlucht OR362, tijdstip paspoortcontrole immigratie (E-gate) controle luchthaven om 15:07:22 uur.
15:07:39 uur.”
5. Een proces-verbaal “enkele audio opnames tussen [benadeelde] en [naam 8]” (doorgenummerde pagina 191), inhoudende als verklaring van verbalisant:
het Gerecht begrijpt: thuis aan kom), alles naar buiten komt.
6. Een proces-verbaal “enkele audio opnames tussen verdachte [naam 9] en verdachte [verdachte]” (doorgenummerde pagina 206 e.v.), inhoudende als relaas van verbalisant:
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de
6 (zes) maanden;