Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
‘verhuurster’),
huurder’)
,
1.Het procesverloop
bevel comparitie);
bewijsopdracht aan huurder);
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze zaak stond centraal of tussen verhuurster en huurder een huurkoopovereenkomst was overeengekomen en of huurder zijn betalingsverplichtingen was nagekomen. Huurder stelde dat hij vanaf november 2009 tot mei 2016 maandelijks contant NAf 1.500 had betaald en dat er een huurkoopovereenkomst bestond. De rechtbank heeft huurder toegelaten tot bewijs van deze stellingen, maar hij is daarin niet geslaagd.
De verklaringen van getuigen over contante betalingen waren onvoldoende concreet en deels tegenstrijdig, waardoor niet kon worden vastgesteld dat huurder meer dan NAf 204.000 had betaald. De rechtbank concludeerde dat huurder vanaf maart 2016 in gebreke was gebleven met zijn betalingen, wat ontruiming rechtvaardigt. De vordering van verhuurster tot betaling van 23 achterstallige maanden huur (NAf 34.500) werd toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
In reconventie stelde huurder dat er een huurkoopovereenkomst was en vorderde hij levering van het onroerend goed en terugbetaling van betaalde bedragen. De rechtbank vond geen bewijs voor een huurkoopovereenkomst en wees deze vorderingen af. Ook de subsidiaire vorderingen tot terugbetaling en voortzetting van huurgenot zonder huurbetaling werden afgewezen. Huurder werd veroordeeld tot ontruiming en betaling van de kosten van het geding.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten; vorderingen huurkoop afgewezen.