Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Vooraf
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020 die was vastgesteld op een belastbaar inkomen van NAf 853.051 met een te betalen bedrag van NAf 20.306. Na handhaving van de aanslag op bezwaar stelde belanghebbende beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
Belanghebbende stelde dat hij alleen pensioeninkomsten had waarop inhoudingen plaatsvonden, en dat de aanslag daarom te hoog was. De Inspecteur stelde dat belanghebbende ook inkomsten had uit loon en bestuursuitkeringen waarover geen inhoudingen waren gedaan, waardoor de aanslag juist te laag was vastgesteld.
Het Gerecht concludeerde dat de berekening van de Inspecteur, die een belastbaar inkomen van NAf 467.459 en een verschuldigde belasting van NAf 188.755 berekende, leidde tot een restbetaling van NAf 42.481. Dit bedrag is hoger dan de voorlopige aanslag van NAf 20.306, zodat de aanslag eerder te laag dan te hoog was vastgesteld.
Verder verwierp het Gerecht het standpunt van belanghebbende dat het verweerschrift te laat was ingediend, omdat belanghebbende de mogelijkheid had om daarop te reageren en daarvan ook gebruik had gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020 wordt ongegrond verklaard omdat de aanslag eerder te laag dan te hoog is vastgesteld.