Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
2. De beoordeling
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
af;
af;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze civiele procedure staat centraal de executie van dwangsommen die zijn opgelegd in een eerder vonnis van 2 december 2013 betreffende onrechtmatig gebruik van waterkavels door [gedaagde in conventie]. De stichting Johannes Bosco (SJB) vordert betaling van verbeurde dwangsommen tot het maximum van NAf 200.000,- en een verhoging daarvan wegens onvoldoende naleving door [gedaagde in conventie]. Daarnaast vordert SJB machtiging om de verwijdering van bouwwerken zelf uit te voeren.
[gedaagde in conventie] voert verweer dat de dwangsommen zijn verjaard omdat SJB niet tijdig de verjaring heeft gestuit. Tevens stelt hij dat hij inmiddels beschikt over huurovereenkomsten die de onrechtmatige situatie beëindigen, waardoor de veroordelingen geen rechtskracht meer zouden hebben.
Het gerecht oordeelt dat de dwangsommen inderdaad zijn verjaard omdat het maximum van NAf 200.000,- op 9 december 2014 was bereikt en de verjaringstermijn van zes maanden daarna ongestuit is verlopen. De vordering tot verhoging van de dwangsommen wordt afgewezen omdat onvoldoende is komen vast te staan dat het vonnis nog doeltreffend is. Ook de machtiging tot verwijdering wordt afgewezen. De reconventionele vordering tot verklaring dat het vonnis geen rechtskracht meer heeft wegens gewijzigde omstandigheden wordt eveneens afgewezen, mede omdat dit aan de executierechter dient te worden voorgelegd.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is gewezen door rechter K.A.M. Lasten en uitgesproken op 7 maart 2022.
Uitkomst: De vorderingen tot betaling en verhoging van dwangsommen en de reconventionele vordering tot nietigheid van het vonnis worden afgewezen wegens verjaring en onvoldoende grond.