Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende werkte van maart tot november 2015 als piloot bij een luchtvaartmaatschappij in Curaçao en verbleef tijdelijk in een appartement van de werkgever. Ondanks het fysieke verblijf in Curaçao bleef zij ingeschreven en woonde haar gezin in Nederland. De Inspecteur stelde dat zij binnenlands belastingplichtig was in Curaçao en dat de aanslag inkomstenbelasting terecht was vastgesteld.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende geen duurzame band met Curaçao had en daarom niet als binnenlands belastingplichtige kon worden aangemerkt. De dienstbetrekking werd niet geacht in Curaçao te zijn uitgeoefend, omdat het werk bestond uit vluchten tussen Curaçao en andere plaatsen, waardoor heffing in Curaçao niet mogelijk was.
De aanslag werd verminderd tot nihil belastbaar inkomen en de ingehouden loonbelasting van NAf 16.462 werd teruggegeven. De Inspecteur mocht de premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ niet verrekenen met de terug te ontvangen loonbelasting. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2015 wordt verminderd tot nihil belastbaar inkomen en de ingehouden loonbelasting wordt teruggegeven.