ECLI:NL:OGEAC:2022:216

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
27 juli 2022
Zaaknummer
CUR202102398
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • U.I.D. Luydens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie en draagkracht man na echtscheiding

Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie na de echtscheiding van partijen. De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen was bij de vrouw vastgesteld en de behoefte van de kinderen werd vastgesteld op NAf 1000 per maand.

De draagkracht van de man werd beoordeeld aan de hand van zijn loonstroken, waaruit bleek dat hij een gemiddeld netto inkomen van NAf 2.034 per maand had. Andere inkomsten werden niet voldoende aangetoond. De man gaf aan dat incidentele extra inkomsten waren besteed aan een vakantie met de kinderen.

De man gaf maandelijkse lasten op van NAf 2.321, inclusief NAf 500 aan bestaande kinderalimentatie en NAf 700 aan leningen. Het gerecht achtte aannemelijk dat niet alle lasten waren meegenomen, zoals zorgkosten voor de kinderen bij verblijf bij de man. De draagkracht werd daarom vastgesteld op NAf 500 per maand.

Op basis hiervan werd de kinderalimentatie vastgesteld op NAf 250 per maand per minderjarige, met een betalingsverplichting tot de 21-jarige leeftijd en eventueel tot 25 jaar bij studie. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De man moet vanaf 1 juni 2022 per maand NAf 250 per minderjarige aan kinderalimentatie betalen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

zaaknummer: CUR202102398
Beschikking van 20 mei 2022
op het verzoek van:
[de man],
wonende in Curaçao,
verzoeker, hierna: de man,
procederend in persoon,
tegen
[de vrouw],
wonende in Curaçao,
verweerster, hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. L.G. Daal.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit:
  • de beschikking van 15 februari 2022 van dit gerecht;
  • de door de man op 8 maart 2022 overgelegde financiële gegevens;
  • de akte uitlating producties van 20 april 2022 zijdens de vrouw;
  • de mondelinge behandeling op 22 april 2022 waarbij de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde, is verschenen. De man heeft via een telefoonverbinding de zitting bijgewoond. Voorts was een vertegenwoordiger van de Voogdijraad aanwezig.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij beschikking van 15 februari 2022 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vrouw bepaald. Een beslissing op het verzoek een bedrag te bepalen als bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen werd aangehouden. Partijen zijn in dat kader in de gelegenheid gesteld hun financiële gegevens over te leggen.
Behoefte
2.2.
Dat de minderjarigen behoeftig zijn en een behoefte van NAf 1000,- hebben, is niet in geschil, maar nu de draagkracht van de man de beperkende factor in deze is, zal het gerecht eerst ingaan op de draagkracht van de man.
Draagkracht man
2.3.
Uit de overgelegde loonstroken (, in het bijzonder de loonstrook van december 2021: 24.418,95/12) blijkt dat de man gemiddeld een netto inkomen van NAf 2.034,- per maand heeft. Dat de man (structureel) andere inkomsten heeft is, na betwisting van de man, niet voldoende komen vast te staan. De in december 2021 niet structureel genoten inkomsten, is, zo heeft de man onweersproken gesteld, besteed aan een vakantie voor de man en de minderjarigen. Het gerecht gaat dan ook alleen uit van een netto inkomen van NAf 2.034,- per maand. De door de man opgevoerde maandelijkse lasten bedragen in totaal NAf 2.321,- (afgerond). Bij dit bedrag is inbegrepen NAf 500,- aan kinderalimentatie en NAf 700,= aan leningen. Op grond van de opgevoerde summiere maandelijkse lasten is aannemelijk dat de man niet met alle op hem drukkende lasten rekening heeft gehouden, waaronder in het bijzonder de (zorg)kosten die de man heeft als de minderjarigen bij hem verblijven. Gelet op het voorgaande becijfert het gerecht de draagkracht van de man die ten behoeve van de minderjarigen kan worden aangewend op (in totaal) NAf 500,- per maand. Het gerecht zal dan ook een bedrag aan kinderalimentatie vaststellen van NAf 250,- per maand per minderjarige.
2.4.
De betalingsverplichting van de man loopt gelet op de wettelijke bepalingen door tot de 21-jarige leeftijd van het kind, en indien het kind dan nog een opleiding of studie volgt tot de 25-jarige leeftijd van het kind.
Proceskosten
2.5.
Gelet op het familierechtelijke karakter van de zaak zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
bepaalt dat de man aan de vrouw, ingaande 1 juni 2022, een bedrag aan kinderalimentatie van
NAf 250,-per minderjarige per maand (totaal NAf 500,-) zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, ten behoeve van de minderjarigen:
  • [kind 1], geboren op [geboortedatum] te Paramaribo, Suriname; en
  • [kind 2], geboren op [geboortedatum] in Curaçao;
3.2.
verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten zal dragen;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. U.I.D. Luydens, rechter, en op 20 mei 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
IW