ECLI:NL:OGEAC:2022:212

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
7 juli 2022
Publicatiedatum
26 juli 2022
Zaaknummer
CUR202201283
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • U.I.D. Luydens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1615e lid 7 BWArt. 7A:1615fa lid 1 BWArt. 7A:1615fa lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen omzetting arbeidsovereenkomst bepaalde tijd naar onbepaalde tijd wegens ontbreken opvolgende dienstbetrekkingen

Verzoeker vordert dat het Gerecht zijn bezwaar gegrond verklaart en een schadevergoeding toekent wegens het niet doorbetalen van loon na het einde van zijn arbeidsovereenkomst. Hij stelt dat zijn derde arbeidsovereenkomst, voortkomend uit een dienstbetrekking in Nederland, als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moet worden beschouwd, waardoor opzegging vereist zou zijn geweest.

Verweerster betwist dit en stelt dat er geen sprake is van opvolgende dienstbetrekkingen tussen verschillende werkgevers die als elkaars opvolger kunnen worden aangemerkt. De arbeidsovereenkomst met verweerster liep schriftelijk voor bepaalde tijd en eindigde van rechtswege zonder opzegging.

Het Gerecht stelt vast dat verzoeker na zijn dienstverband bij verweerster werkzaamheden heeft verricht voor een andere werkgever met een aparte arbeidsovereenkomst en andere directie. Hierdoor is geen sprake van een keten van opvolgende arbeidsovereenkomsten met dezelfde werkgever of diens opvolger. De wettelijke voorwaarden voor omzetting in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn niet vervuld.

Daarom wijst het Gerecht de vorderingen af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De verzoeken worden afgewezen; de arbeidsovereenkomst is niet omgezet in onbepaalde tijd en er is geen recht op schadevergoeding.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING
in de zaak van:
[VERZOEKER],
wonende in Curaçao,
verzoeker,
procederend in persoon,
tegen
de besloten vennootschap
AUTOMATION CONSULTANCY & TECHNOLOGICAL SYSTEMS B.V.,
gevestigd in Curaçao,
verweerster,
gemachtigde: mr. W. ten Veen.

1.Het procesverloop

Dat blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, ter griffie ingediend op 31 maart 2022;
  • de mondelinge behandeling op 10 juni 2022 (en de door partijen overgelegde pleitnotities). Bij de behandeling waren aanwezig verzoeker en namens verweerster haar directeur dhr. [naam 1] en mevr. [naam 2], assistent van de directeur, bijgestaan door voornoemde gemachtigde.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het geschil

Verzoeker verzoekt het Gerecht over te gaan “tot het gegrond verklaren van zijn bezwaar en verzoek tot geregelde schadevergoeding”. Voorts verzoekt hij door betaling van het loon vanaf oktober 2021 plus vertragingsrente van minimaal 20% over de nog door verweerster te betalen salaris plus 2 maanden opzegtermijn.
Verzoeker legt aan de vordering ten grondslag dat de derde arbeidsovereenkomst bij een voortgezette dienstbetrekking “komende uit Nederland” wettelijk gezien heeft te gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dus dat verweerster de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd diende op te zeggen. Bij gebreke van de opzegging stelt hij recht te hebben op een door verweerster te betalen schadevergoeding gelijk aan een bedrag ter zake doorbetaling van het loon vanaf oktober 2021 tot einde van de arbeidsovereenkomst.
2.3.
Verweerster voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling

Op 1 oktober 2018 is verzoeker, na een proefperiode, krachtens een schriftelijke overeenkomst voor de duur van 1 jaar (derhalve van rechtswege eindigende op 30 september 2019) in dienst getreden van verweerster in de functie van “Business Support”.
3.2.
Bij schriftelijke overeenkomst voor de duur van 1 jaar (ingaande op 1 oktober 2020 en eindigende 30 september 2021) is de arbeidsovereenkomst van verzoeker voortgezet in de functie van Application Manager.
3.3.
In voornoemde overeenkomsten is in artikel 2 lid 2 opgenomen Pro dat de dienstbetrekking van rechtswege eindigt zonder dat hiervoor enige (voorafgaande) opzeggingshandeling noodzakelijk is.
3.4.
Verweerster heeft het loon na 30 september 2021 niet doorbetaald.
Uitleg stellingen verzoeker
3.5.
In geschil is of tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan (standpunt verzoeker) of niet (standpunt verweerster). Indien het standpunt van verzoeker juist is, dan is ingevolge artikel 7A:1615e lid 7 BW opzegging nodig.
3.6.
Ter zitting heeft verzoeker toegelicht dat hij in Nederland hetzelfde werk deed als in de functie die hij bij verweerster bekleedde en dat hij zijn werkzaamheden hier heeft voortgezet. Niet in geschil is, zo heeft verzoeker ook ter zitting toegelicht, dat de werkzaamheden in Nederland werden verricht ten behoeve van een andere werkgever. Evenmin is in geschil dat verweerster en de andere werkgever verschillende directieleden hebben, terwijl er door verzoeker steeds aparte arbeidsovereenkomsten met de desbetreffende werkgevers zijn gesloten. Gelet op het voorgaande is geen sprake van elkaar opvolgende dienstbetrekkingen tussen een arbeider en verschillende werkgevers, die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkanders opvolger te zijn (artikel 7A:1615fa lid 2 BW). In zoverre telt, zo heeft verweerster terecht aangevoerd, de arbeidsovereenkomst bij de andere werkgever niet mee in de keten van arbeidsovereenkomsten. Van conversie inhoudende dat een reeks opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden ex artikel 7A:1615fa lid 1 aanhef en sub a BW op een gegeven moment wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is geen sprake,
3.7.
Dit betekent dat in deze alleen de arbeidsovereenkomsten vanaf 1 oktober 2018 een rol spelen. Gelet daarop is er naar de letterlijke tekst van artikel 7A: 1615fa lid 1 BW niet voldaan aan de in dit artikel gestelde voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De periode van 36 maanden is niet overschreden (sub a) en er is geen sprake van meer dan drie aaneengesloten arbeidsovereenkomsten (sub b).
3.8.
Voor zover verzoeker zich op het standpunt stelt dat de opzegbepalingen van het BW niet in acht zijn genomen, slaagt dat evenmin. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt door het verstrijken van de overeengekomen periode. Opzegging is alleen nodig indien partijen dit zijn overeengekomen. In het in 3.3. bedoelde artikel van de arbeidsovereenkomsten staat niet opgenomen dat partijen een opzeggingshandeling zijn overeengekomen. Integendeel: daarin staat expliciet dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt zonder dat een opzeggingshandeling noodzakelijk is.
3.9.
De slotsom is dat de arbeidsovereenkomst niet als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aan te merken. De daarmee in verband staande verzoeken worden afgewezen.
3.10.
In de gewezen arbeidsrelatie tussen partijen ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.

4.De beslissing

Het Gerecht:

4.1.
wijst de verzoeken af;
4.2.
compenseert de proceskosten.
Deze beschikking is gegeven door mr. U.I.D. Luydens, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2022.