Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Het procesverloop
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil
3.De beoordeling
NAf 2.500,00 +
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres en gedaagde sloten op 22 augustus 2020 een koopovereenkomst met betalingsregeling voor de inventaris van een kapsalon. De koopprijs van NAf 30.000 zou in 15 maandelijkse termijnen worden voldaan. Gedaagde betaalde slechts NAf 5.500 en stelde zich op het standpunt dat zij vanwege de coronapandemie niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen, en beriep zich op onvoorziene omstandigheden.
Het gerecht stelt vast dat gedaagde tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. Hoewel een gedwongen bedrijfssluiting als onvoorziene omstandigheid kan gelden, oordeelt het gerecht dat de gevolgen van de coronapandemie bij het aangaan van de overeenkomst stilzwijgend zijn verdisconteerd. Gedaagde had rekening moeten houden met de onzekerheid en heeft geen concrete onderbouwing gegeven voor een verlaging van het aflossingsbedrag.
Daarnaast is niet gebleken dat sprake is van dwaling. Betalingsonmacht valt binnen de risicosfeer van gedaagde en ontslaat haar niet van haar betalingsverplichting. De hoofdsom, wanprestatieboetes en wettelijke rente worden toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd tot een redelijk tarief. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van NAf 24.500 plus rente, boetes, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van NAf 24.500 met rente, boetes, incassokosten en proceskosten; beroep op onvoorziene omstandigheden wordt verworpen.