Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
NAf 11.726,-
NAf 329.802,-
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn inmiddels gescheiden. De man vordert de verdeling van de gemeenschap met toedeling van de woning en inboedel aan hem, met een vordering wegens overbedeling op de vrouw. De vrouw vordert betaling van een bedrag en inzage in bankdocumentatie en belastingaangiften, stellende dat de man zich heeft verrijkt ten koste van haar.
Het gerecht stelt vast dat de peildatum voor de verdeling 8 oktober 2020 is, de datum van het verzoek tot echtscheiding. De waarde van de woning wordt vastgesteld op NAf 525.000,-, ondanks betwisting door de vrouw. De omvang en eigendom van de inboedel worden betwist en partijen worden verzocht nadere specificaties te geven.
De hypothecaire lening is door de man voldaan, waardoor verrekening niet aan de orde is. De schuld aan Stichting Opal en een lening van NAf 85.000,- van de ouders van de vrouw zijn onderwerp van discussie, waarbij het gerecht voorlopig aanneemt dat de lening van de ouders bestaat. De vrouw maakt aanspraak op gebruiksvergoeding en verrekening van kosten, maar het gerecht wijst verrekening van huishoudelijke kosten af op grond van de huwelijkse voorwaarden.
Het gerecht beveelt inzage in belastingaangiften en aanslagen en stelt partijen in de gelegenheid nadere stukken en verweren in te dienen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na nadere uitlatingen van partijen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere uitlatingen van partijen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en verrekening van posten.