Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
70
974
3.224
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende deed op 12 december 2018 aangifte ten invoer van een Nissan personenauto met een opgegeven koopprijs van USD 2.800, gebaseerd op een 'bill of sale'. De Inspecteur accepteerde deze waarde niet en stelde de douanewaarde vast op USD 3.200, gebaseerd op de aankoopprijs van de verkoper op een veiling.
Na een bezwaarprocedure wees de Inspecteur het bezwaar af en belanghebbende stelde beroep in bij het Gerecht. Tijdens de zitting verscheen belanghebbende met advocaat, terwijl de Inspecteur niet kwam opdagen. Het geschil betrof de juistheid van de vastgestelde douanewaarde.
Het Gerecht overwoog dat zelfs indien belanghebbende daadwerkelijk USD 2.800 betaalde, deze prijs beïnvloed was door persoonlijke omstandigheden van de verkoper, waardoor deze niet als douanewaarde kan gelden. De Inspecteur had aannemelijk gemaakt dat de hogere waarde van USD 3.200 niet te hoog was vastgesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de naheffing van invoerrechten en omzetbelasting werd gehandhaafd. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffing van invoerrechten en omzetbelasting wordt gehandhaafd.