ECLI:NL:OGEAC:2021:25

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
10 februari 2021
Publicatiedatum
22 februari 2021
Zaaknummer
CUR202000426, CUR202000428, CUR202000430 en CUR202000431
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 lid 1 Algemene landsverordening Landsbelastingen
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen correctie aftrek kostenposten inkomstenbelasting plantagehouder ongegrond verklaard

Belanghebbende, exploitant van een plantage, maakte bezwaar tegen de door de Inspecteur gecorrigeerde aftrek van personeels-, huur- en overige kosten in de aangifte inkomstenbelasting 2017. De Inspecteur had de aftrek van personeels- en huurkosten gecorrigeerd en 40% van water-, elektra- en benzinekosten niet erkend.

Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan zijn bewijslast, omdat hij geen verzamelloonstaat, betalingsbewijzen of andere onderbouwing voor de kostenposten had overgelegd. Hierdoor kon het beroep niet slagen.

De bezwaarprocedure was ontvankelijk, ondanks dat het bezwaar vóór de dagtekening van het aanslagbiljet was ingediend, omdat de aanslag reeds tot stand was gekomen of redelijkerwijs kon worden aangenomen.

De zitting vond plaats via videoverbinding vanwege corona, waarbij belanghebbende niet verscheen. Het Gerecht wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de correctie van aftrekposten wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Uitspraak van 10 februari 2021
BBZ nrs. CUR202000426, CUR202000428, CUR202000430 en CUR202000431
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn op 7 december 2018 aanslagen inkomstenbelasting, premies AOV/AWW, premie AVBZ en premie BVZ voor het jaar 2017 opgelegd naar een belastbaar en premie-inkomen van NAf 90.621.
1.2
Belanghebbende heeft op 15 november 2018 daartegen bezwaar gemaakt.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 6 december 2019 de aanslagen gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende heeft op 5 februari 2020 tegen de uitspraken van de Inspecteur beroep ingesteld bij het Gerecht. Daarvoor is een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.
1.5
De Inspecteur heeft op 12 en 20 januari 2021 verweerschriften ingediend.
1.6
Op 20 januari 2021 is er telefonisch contact geweest tussen belanghebbende en de belastinggriffie over de ingediende verweerschriften. Daarbij heeft belanghebbende aangegeven op de hoogte te zijn van de datum en het tijdstip van de zitting.
1.7
De zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2021 te Willemstad. Belanghebbende is zonder bericht niet verschenen. Namens de Inspecteur is verschenen [A]. Door de maatregelen vanwege het corona-virus heeft de rechter de zitting geleid via een videoverbinding.

2.FEITEN

2.1
Belanghebbende exploiteert een plantage onder de naam [Q].
2.2
Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2017 de volgende kostenposten in aanmerking genomen:
Algemene kosten
NAf 175
Personeelskosten
41.4
Huurkosten
9.6
Water en elektra
4.8
Benzinekosten
2.4
Totaal
NAf 58.375
2.3
Bij het vaststellen van de aanslagen heeft de Inspecteur de aftrek van de personeels- en huurkosten gecorrigeerd, alsmede 40% van de kosten voor water, elektra en benzine.

3.GESCHIL

In geschil is of de Inspecteur terecht de aftrek van voornoemde kostenposten heeft gecorrigeerd.

4.OVERWEGINGEN

Prematuur bezwaar

4.1
In artikel 29, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.
4.2
Het onderhavige aanslagbiljet is gedagtekend op 7 december 2018. Het bezwaar is ingediend op 15 november 2018, dus vóór de dagtekening van het aanslagbiljet. In dat geval blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien de belastingaanslag ten tijde van het indienen van het bezwaar reeds tot stand was gekomen of belanghebbende redelijkerwijs kon menen dat dit het geval was (GEA Curaçao 20 december 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:286). Daarvan is in dit geval sprake. Gelet hierop is het bezwaar ontvankelijk.
Aftrek kosten
4.3
De belastingplichtige heeft in de regel de bewijslast voor de feiten die tot een verlaging van de verschuldigde belasting leiden. Deze bewijslastverdeling brengt mee dat indien er twijfel bestaat over het door belanghebbende gestelde, dit ten nadele werkt van belanghebbende. In het onderhavige geval dient belanghebbende dus bewijs te leveren voor de personeels- en huurkosten, alsmede voor de kosten voor water, elektra en benzine. Naar het oordeel van het Gerecht heeft belanghebbende op generlei wijze voornoemde aftrekposten onderbouwd – bijvoorbeeld met een verzamelloonstaat of betalingsbewijs voor de personeelskosten – zodat belanghebbende niet is geslaagd in zijn bewijslast.
Slotsom
4.4
Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6.DE BESLISSING

Het Gerecht verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 10 februari 2021, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.C.M.J. Bucx.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: NAf 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500