Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een ongehuwde moeder met een studerende dochter, maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie AOV/AWW over 2016. Zij stelde recht te hebben op verdubbeling van de kindertoeslag als alleenstaande ouder. De Inspecteur erkende dit recht inmiddels, waardoor het beroep op de inkomstenbelastingaanslag gegrond werd verklaard en de aanslag ambtshalve werd verminderd.
De Inspecteur handhaafde echter de premie AOV/AWW aanslag, waarop het beroep inzake deze aanslag ongegrond werd verklaard. Het Gerecht oordeelde dat de rechtsbijstand beroepsmatig was verleend, ondanks dat de gemachtigde dezelfde achternaam droeg als belanghebbende, omdat niet aannemelijk was dat deze tot het huishouden behoorde.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van NAf 100 en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van NAf 50. De uitspraak werd gegeven op 16 maart 2020 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep op de aanslag inkomstenbelasting 2016 wordt gegrond verklaard en de aanslag ambtshalve verminderd tot NAf 6.639; het beroep op de premie AOV/AWW wordt ongegrond verklaard.