Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, wonende te Curaçao, ontving in 2016 inkomen uit dienstbetrekking en een pensioenuitkering. De Inspecteur stelde de aanslagen premies AOV/AWW en BVZ 2016 vast op basis van een premie-inkomen van NAf 41.932. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslagen, maar de Inspecteur verklaarde deze niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Gerecht oordeelde dat de bezwaren tijdig waren ingediend en dus ontvankelijk.
Verder stelde het Gerecht vast dat de Inspecteur bij de aanslag premies AOV/AWW verzuimd had een voorheffing van NAf 48 door ENNIA in mindering te brengen. Hierdoor werd de aanslag ten onrechte te hoog vastgesteld. De aanslag werd daarom verminderd van NAf 916 naar NAf 868. Voor de premie BVZ was geen onjuistheid geconstateerd, zodat deze aanslag werd gehandhaafd op NAf 778.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 2 december 2020 te Willemstad. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart het bezwaar gegrond en vermindert de aanslag premies AOV/AWW tot NAf 868.