De werknemer trad in november 2019 in dienst bij International Healthcare als Campus Administrator met een arbeidsovereenkomst voor twee jaar. Door COVID-19-maatregelen werd de universiteit medio maart 2020 gesloten en werden studenten teruggestuurd naar hun land van herkomst. De werknemer bleef beschikbaar en wilde werken, maar kreeg geen toegang meer tot werkmiddelen en ontving slechts 50% van het salaris over april 2020.
De werknemer vorderde betaling van het volledige achterstallige loon over april 2020 en doorbetaling van het loon vanaf mei 2020. International Healthcare stelde zich op het standpunt dat er geen werk was door de coronacrisis en financiële problemen, en bood slechts 50% loon aan.
Het gerecht oordeelde dat de keuze om studenten terug te sturen een eigen beslissing van de werkgever was en dat de werknemer zijn loon behoudt volgens artikel 7A:1614d BW, omdat het niet kunnen werken aan de werkgever te wijten is. De vordering tot doorbetaling van het volledige loon werd toegewezen, terwijl de vordering tot vertragingsrente werd afgewezen vanwege de bijzondere omstandigheden. International Healthcare werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, doorbetaling van het loon en proceskosten.