Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een BV zonder personeel, ontving aangiftebiljetten voor loonbelasting en premies over 2017, die niet tijdig werden ingediend. De Inspecteur legde verzuimboetes van NAf 100 per maand op. Na het indienen van nihil-aangiften werden de aanslagen verminderd, maar de boetes, behalve voor de laatste maanden, gehandhaafd. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in, maar dit beroep werd buiten de wettelijke termijn ingediend.
Het Gerecht oordeelde dat de beroepstermijn van twee maanden na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar (16 mei 2018) niet was nageleefd en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Ook het bezwaar was niet tijdig ingediend. Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Ten overvloede overwoog het Gerecht dat de cumulatie van verzuimboetes in dit geval niet aan de orde kwam vanwege de niet-ontvankelijkheid. Tevens werd gewezen op het evenredigheidsbeginsel bij cumulatie van boetes. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 2 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de verzuimboetes is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke beroepstermijn.