ECLI:NL:OGEAC:2020:157

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
19 juni 2020
Publicatiedatum
22 juni 2020
Zaaknummer
CUR202001590
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577 RvArt. 580 RvArt. 551 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verbod veiling cruiseschip Resolute wegens gebrek aan belang

Venezuela vorderde in kort geding dat de geplande veiling van het cruiseschip Resolute zou worden verboden of geschorst, dan wel dat de opbrengst in escrow zou worden gehouden totdat in de bodemprocedure tussen Venezuela en Bunny’s zou zijn beslist. Deze veiling betreft een executoriale verkoop na beslaglegging door Arctica op het schip.

Het gerecht oordeelt dat Venezuela geen belang heeft bij het verbod op de veiling, omdat de koopprijs volgens artikel 577 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering in handen van de griffier wordt gestort. Hierdoor is de verhaalsmogelijkheid van Venezuela op de opbrengst niet in gevaar. De rangregeling tussen partijen zal in de bodemprocedure worden vastgesteld.

De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Venezuela in de proceskosten. De beslissing is genomen tijdens een openbare zitting op 19 juni 2020, waarbij de rechter het vonnis heeft gewezen.

Uitkomst: De vordering van Venezuela tot verbod op de veiling van het cruiseschip Resolute wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202001590
Vonnis in kort geding d.d. 19 juni 2020
inzake
REPUBLICA BOLIVARIANA DE VENEZUELA,
gezeteld te Caracas, Venezuela,
eiser in kort geding, hierna: ‘Venezuela’,
gemachtigde: mr. R.A. Gonet,
tegen
ARCTICA ADVENTURE & CRUISE SHIPPING COMPANY LTD.,
gevestigd te Nassau. Bahamas,
gedaagde in kort geding, hierna: ‘Arctica’,
gemachtigde: mr. E.M. Pennings.

1.Verloop van de procedure

Venezuela heeft op 15 juni 2020 een verzoekschrift ingediend. Het kort geding is hedenmiddag behandeld. De gemachtigden zijn verschenen. Zij hebben het woord gevoerd en pleitnotities overgelegd. Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De feiten

Op verzoek van Arctica staat voor maandag 22 juni 2020 om 11.00 uur de openbare verkoop gepland van het cruiseschip de ‘Resolute’. Het betreft een executoriale verkoop na executoriaal beslag op de Resolute ten laste van Bunny’s Adventure & Cruise Shipping Company (hierna: ‘Bunny’s’), uit kracht van een op 17 maart 2020 in Nederland verleden notariële akte houdende een schuldbekentenis. Venezuela heeft op 2 april 2020 conservatoir beslag gelegd op de ‘Resolute’ ter verzekering van de door haar gestelde schadevergoedingsvordering op Bunny’s na een aanvaring in de nacht van 30 op 31 maart 2020 tussen de ‘Resolute’ en het Venezolaanse militaire patrouilleschip de ‘Naiguata’.

3.De vordering en het verweer

Venezuela vordert, samengevat, een bevel aan Arctica om de voor maandagochtend 11.00 uur geplande veiling van het cruiseschip de Resolute af te gelasten dan wel te schorsen op straffe van een dwangsom, althans subsidiair om Arctica te bevelen de verkoopopbrengst bij de notaris die met de openbare verkoop zal zijn belast in escrow te storten en gestort te houden totdat in de bodemzaak tussen Venezuela en Bunny’s zal zijn beslist, zulks onder verbeurte van een dwangsom. Arctica heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Partijen vorderen elkaars veroordeling in de kosten.

4.De beoordeling

4.1.
Bij de behandeling ter zitting is gebleken dat het Venezuela er met dit kort geding om te doen is dat verzekerd wordt dat haar verhaalsmogelijkheid op de opbrengst van de veiling van de Resolute niet verloren gaat. Tegen de veiling als zodanig heeft Venezuela geen bezwaar. Het moet in het belang van beide partijen worden geacht dat dit beslagobject spoedig te gelde wordt gemaakt, alleen al gelet op de gestelde operationele kosten van de Resolute van circa USD 10.000 per dag.
4.2.
Zoals ter zitting door Arctica is bevestigd en het Gerecht ook ambtshalve bekend is, is door de rechter ten overstaan van wie de Resolute zal worden geveild bepaald dat de koopprijs overeenkomstig artikel 577 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering wordt gestort ‘in handen van de griffier’. Gelet daarop ontbreekt het Venezuela aan belang bij haar vorderingen in dit kort geding. Haar aanspraak op de opbrengst van de Resolute wordt door de veiling niet gefrustreerd. In een eventueel te volgen rangregeling (artikel 580 jo Pro. 551 e.v. Rv) zal tussen (onder meer) Venezuela en Arctica kunnen worden uitgemaakt aan wie de verkoopopbrengst toekomt of hoe deze moet worden verdeeld. Binnen het kader van dit kort geding kan niet worden geoordeeld over (de hoogte van) de vorderingen die partijen stellen te hebben op Bunny’s en over de vraag hoe die vorderingen ten opzichte van elkaar gerangschikt zijn.
4.3.
Gelet op het voorgaande behoeven de overige stellingen van Venezuela en de verweren van Arctica geen bespreking. Bij de uitkomst van de zaak past een beslissing over de proceskosten als hierna omschreven.

5.De beslissing

Het Gerecht:
rechtdoende in kort geding:
5.1.
wijst af het gevorderde;
5.2.
veroordeelt Venezuela in de proceskosten, aan de zijde van Arctica tot op heden begroot op NAf 1.500 voor salaris gemachtigde, bij niet-voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na heden, alsmede te vermeerderen met NAf 250 aan nakosten, in geval van betekening te vermeerderen met NAf 150;
5.3.
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 19 juni 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.