Uitspraak
GIROBANK N.V.,
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 20 december 2019, met producties;
- de aanvullende producties van SOAB;
- de behandeling ter zitting van 3 januari 2020;
- de pleitaantekeningen van de gemachtigden.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
SOAB vordert dat Girobank, ondanks een moratorium, een bedrag van NAf 2 miljoen overmaakt naar een andere bankrekening. Girobank is sinds 2013 onder een noodregeling geplaatst door de toezichthouder CBCS, die de uitvoering van betalingsopdrachten beperkt om de liquiditeitspositie te beschermen.
Het gerecht oordeelt dat op grond van artikel 31 van Pro de Landsverordening Toezicht bank- en kredietwezen (LTBK) Girobank niet verplicht kan worden tot het uitvoeren van betaalopdrachten, ook niet die van vóór het moratorium. De vordering van SOAB wordt afgewezen omdat de wet de bank beschermt tegen nakoming van schulden tijdens de noodregeling.
SOAB's argument dat Girobank onredelijk handelt door gelden achter te houden wordt verworpen, mede omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die SOAB boven andere rekeninghouders plaatsen. Ook de CBCS kan niet worden verplicht tot betaling omdat zij geen contractuele verplichting heeft. SOAB wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van SOAB tot overboeking wordt afgewezen en SOAB wordt veroordeeld in de proceskosten.