Uitspraak
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 19 maart 2019, met producties;
- de aanvullende producties van [eiser];
- de producties van verweerder;
- de behandeling ter zitting van 3 april 2019;
- de pleitaantekeningen zijdens beide partijen.
2.De feiten
- misbruik van voorzitterschap functie teneinde een ongelijke financiële verdeling in de vakgroep door te drukken ten gunste van zichzelf, waarbij protesterende leden werden gedreigd met ontslag uit de vakgroep.
- Vakgroepsleden die niet de zienswijze van de voorzitter deelden werden onderling uitgespeeld, waardoor een sfeer van onveiligheid ontstond. Hierdoor geen onderling vertrouwen en een slecht werkklimaat.
- Het inzetten als straf van de dienstlijst (doen van extra diensten)
- het op beschamende wijze en zonder tevoren overleg te plegen met de vakgroep een zienswijze uit te spreken namens de vakgroep op een bijeenkomst met de huisartsenvereniging waarbij dusdanig onheuse bejegening van het CHV bestuur, dat hierna de vakgroep een overleg met de RvB genoodzaakt was hem als voorzitter af te zetten.
- Het aanzetten cq misbruiken van arts assistenten tegen vakgroepleden onderling […].
- Het dusdanig kwalitatief slecht uitvoeren van oncologische operaties, (niet radicaal verwijderen van tumoren, niet markeren van preparaten) dat een intern rapport opgemaakt door de oncologie-cie.