ECLI:NL:OGEAC:2019:319
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over dwangsommen bij ontruiming terrein na huurgeschil
In deze zaak gaat het om een executiegeschil tussen eiser en gedaagde over dwangsommen die zijn verbeurd wegens het niet tijdig ontruimen van een terrein. Eiser had een deel van het terrein in onderhuur, maar werd door een kort gedingvonnis veroordeeld het terrein uiterlijk 31 augustus 2019 te verlaten. Eiser vertrok op 6 september 2019, na de betekening van het vonnis op 4 september.
Gedaagde legde executoriaal derdenbeslag onder Banco di Caribe ter incasso van de dwangsommen. Eiser vorderde opheffing van het beslag en terugbetaling van de gestelde zekerheid. Het gerecht oordeelde dat eiser weliswaar dwangsommen had verbeurd op 5 en 6 september, maar dat de dwangsommen niet vóór betekening van het vonnis konden worden verbeurd. De toestemming van de verhuurder om langer te blijven kon eiser niet baten omdat gedaagde hiervan niet op de hoogte was.
Het gerecht stelde vast dat het belang van gedaagde bij inning van de dwangsommen niet onevenredig was en beperkte de zekerheid tot NAf 2.000, gelijk aan twee dagen dwangsommen. De beslagkosten blijven voor rekening van eiser. Beide partijen worden geacht hun eigen proceskosten te dragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De zekerheid voor het beslag wordt beperkt tot NAf 2.000 en het meer gevorderde wordt afgewezen.