Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Beslissing
[verzoeker],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
wijsthet verzoek om voorlopige voorziening
af.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de beschikking tot inbewaringstelling, verwijdering en ongewenstverklaring vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning en vermeende familieleven met zijn minderjarige kinderen en ouders op Curaçao.
Het Gerecht oordeelt dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van familieleven met zijn drie minderjarige kinderen, aangezien hij geen juridisch of biologisch vaderschap heeft aangetoond en onvoldoende betrokkenheid bij hun zorg en opvoeding heeft bewezen. Ook is niet gebleken van een beschermingswaardige afhankelijkheidsrelatie met zijn ouders.
Verder is vastgesteld dat verzoeker de wet heeft overtreden door na het verlopen van zijn verblijfsvergunning op Curaçao te blijven en dat er gegronde vrees bestaat dat hij zich aan verwijdering zal onttrekken. De maatregel van inbewaringstelling is daarom gerechtvaardigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen verwijdering, ongewenstverklaring en inbewaringstelling wordt afgewezen.