Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
kanzijn gekomen, omdat de procedure gericht was op benoeming tot lid van de Rvb. Een bestuurder kan niet tevens werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst (artikel 2:8 lid Pro 5). Op haar beurt bestrijdt [eiseres] dat standpunt. Volgens haar is nooit aan de orde gekomen dat zij zou worden benoemd tot statutair bestuurder. Zij is er dus vanuit gegaan, en kon er ook vanuit gaan, dat zij als lid van de Rvb zou functioneren zonder statutaire positie.