Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
[eiseres],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning tot tijdelijk verblijf op Curaçao met als doel arbeid als inwonend huishoudster. De minister van Justitie heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres niet kon aantonen dat de garant een persoonlijk inkomen van minimaal NAf 36.000,- heeft, zoals vereist volgens het geldende beleid.
Eiseres stelde dat het gezamenlijke inkomen van de garant en diens echtgenoot boven deze grens lag, maar het Gerecht oordeelde dat het beleid vereist dat het inkomen van de garant persoonlijk moet zijn en niet het gezinsinkomen. Ook de eis dat de echtgenoot medeondertekent, heeft volgens het Gerecht geen betrekking op het gezinsinkomen maar op de geldigheid van de garantstelling.
Verder wees het Gerecht het betoog van eiseres af dat de minister het beleid niet consequent zou toepassen, omdat dit niet concreet was onderbouwd. De verleende tewerkstellingsvergunning werd als een aparte bevoegdheid gezien die losstaat van de beoordeling van de verblijfsvergunning.
Het Gerecht verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.