Uitspraak
1.Het procesverloop
- de verzoekschriften met producties van 27 februari 2018 en 22 maart 2018;
- de aanvullende producties van de stichting;
- het verweerschrift van de stichting;
- de behandeling ter zitting van 27 maart 2018;
- de pleitnota van mr. Martis;
- het proces-verbaal van de zitting.
2.De feiten
- een beschrijving van de gebeurtenissen op 11 en 14 augustus 2017, waarbij wordt opgemerkt dat [verzoekster] op 14 augustus 2017 haar chef heeft geïnformeerd dat de medicijnen nodig waren, dat de chef heeft verzocht te bellen met de chef van de administratie, dat [verzoekster] vervolgens de medicijnen heeft opgehaald zonder daartoe bevoegd te zijn en dat [verzoekster] daarna de “requisition” naar de directie heeft gebracht met het verzoek de bestelling te plaatsen, terwijl de medicijnen toen al waren gehaald en naar de operatiekamer waren gebracht;
- het verwijt dat [verzoekster] heeft gehandeld in strijd met de procedures en dat zij daarvan goed op de hoogte is, nu zij ter zake meerdere keren is aangesproken en ook gewaarschuwd;
- de opmerking dat zij in dit verband eerder een laatste waarschuwing heeft gekregen en dat zij niettemin de procedures blijft schenden.
3.Het geschil
- [verzoekster] toestemming geeft om kosteloos te procederen;
- het ontslag op staande voet nietig verklaart;
- de stichting veroordeelt tot betaling van het achterstallig loon, vermeerderd met 20% van de vertragingsrente en de wettelijke rente;
- de stichting veroordeelt tot herstel van het dienstverband en tot betaling van het salaris totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd;
- te bepalen dat de verplichting om het dienstverband te herstellen eindigt door betaling van een afkoopsom van NAf 189.030;