In deze civiele procedure bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao werd verzocht om het ontslag van [verweerster sub 1] als executeur van de nalatenschap van erflater wegens gewichtige redenen, waaronder een ernstig verstoorde vertrouwensrelatie en vermeende tekortkomingen in de taakuitoefening.
De Curaçaose rechter verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek met betrekking tot de nalatenschap van erflaatster, aangezien de laatste woonplaats van erflaatster Nederland was en er onvoldoende aanknoping was met de rechtssfeer van Curaçao.
De verzoekster stelde dat de executeur onvoldoende informatie verstrekte en niet tijdig een boedelbeschrijving had opgesteld. Het Gerecht constateerde echter dat de executeur wel degelijk informatie had verstrekt en werkzaamheden had verricht, waaronder het opstellen van een overzicht en het in voorbereiding hebben van een boedelbeschrijving.
Hoewel de verstandhouding tussen verzoekster en executeur verstoord was, oordeelde het Gerecht dat dit wantrouwen niet voldoende was gebaseerd op objectieve feiten om te kwalificeren als gewichtige reden voor ontslag. Ook was er geen bewijs van tekortkomingen in de uitvoering van de taken van de executeur.
Daarom werden de verzoeken tot ontslag van de executeur en beëindiging van haar taken afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.