De zaak betrof de tenlastelegging van medeplegen van diefstal van een Toyota Yaris, waarbij verdachte werd beschuldigd van het verschaffen van gelegenheid en middelen en het gebruik van een reservesleutel zonder rechtmatige toestemming. Het onderzoek vond plaats op 4 december 2017 en 19 januari 2018. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf en taakstraf, terwijl de verdediging bewijsverweren voerde.
Tijdens het proces werd vastgesteld dat verdachte voorafgaand aan het tweede verhoor niet de mogelijkheid had om een raadsman te raadplegen, ondanks dat hij dit uitdrukkelijk wenste. Dit werd door het gerecht aangemerkt als een onherstelbare normschending, waardoor de verklaring van verdachte tijdens dat tweede verhoor van het bewijs werd uitgesloten. Daarnaast was er onvoldoende aanvullend bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de diefstal, aangezien de politie alleen op zijn spoor kwam door de verklaring van een medeverdachte.
Het gerecht concludeerde dat verdachte niet bewezen kon worden dat hij het tenlastegelegde had begaan en sprak hem vrij. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De uitspraak werd gewezen door rechter G. Edelenbos op 19 januari 2018.