ECLI:NL:OGEAC:2018:240

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
21 september 2018
Publicatiedatum
25 september 2018
Zaaknummer
CUR201802656
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 BWArt. 548 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring onderhandse verkoop registergoed met discussie over erfpachtperceel

De zaak betreft een verzoek van First Caribbean International Bank (Curaçao) N.V. tot goedkeuring van een onderhandse verkoop van registergoed bestaande uit meerdere percelen in het stadsdistrict sectie B. Het Land Curaçao betwist de verkoop van perceel 3320, stellende dat het recht van erfpacht is beëindigd door een ministeriële beschikking, waardoor het recht van hypotheek op dat perceel niet meer zou bestaan.

Verzoekster voert aan dat de voorwaarden voor opzegging van de erfpacht niet zijn vervuld, zodat het recht van hypotheek nog steeds op het perceel rust. De koopovereenkomst bevat twee varianten met verschillende koopprijzen, waarbij rekening is gehouden met de onzekere juridische status van perceel 3320. Zowel verzoekster als Corendon Curaçao 2 B.V. stellen dat goedkeuring kan worden verleend, waarbij de juridische status van het perceel nader zal blijken voor het passeren van de notariële akte.

Het Gerecht constateert dat de koopovereenkomst expliciet vermeldt dat de executie van perceel 3320 afhankelijk is van de uitkomst van het debat over de erfpacht en dat dit geen tekortkoming in de nakoming vormt. Gezien het ontbreken van een hoger bod en het voldoen aan de wettelijke vereisten, wordt de onderhandse verkoop goedgekeurd op grond van artikel 3:268 lid 2 BW Pro. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De onderhandse verkoop van de percelen wordt goedgekeurd ondanks onduidelijkheid over perceel 3320.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Afdeling civiel
Zaaknummer: CUR201802656
Beschikking d.d. 21 september 2018
Inzake:
First Caribbean International Bank (Curaçao) N.V.,
gevestigd te Curaçao,
hierna te noemen: verzoekster,
gemachtigde: R.F. van den Heuvel,
en
als belanghebbenden:
Holiday Beach Hotel h.o.d.n. HBH Land B.V.en
Curacao Real Estate B.V. en
SE Curaçao B.V.,
gevestigd te Curaçao,
[naam 1],
[naam 2],
adres onbekend,
Corendon Curaçao 2 B.V.,
Gemachtigde: mr. R. Saleh,
gevestigd te Curaçao,
Landsontvanger Curaçao,
Sociale Verzekeringsbank Curaçao
gevestigd te Curaçao,
Het land Curaçao,
zetelende in Curaçao,
gemachtigde: A.Ch. van Hoof,
Sharon Shop & More B.V.,
Drive yourself N.V.
Den Holiday Curaçao B.V.

1.1. Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzoekschrift met producties, op 15 augustus 2018 ter griffie ingediend;
  • de op voorhand per email van 18 september 2018 toegezonden producties van de zijde van het Land;
  • de mondelinge behandeling op 19 september 2018, alwaar onder meer de hierboven genoemde gemachtigden zijn verschenen.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van verlof het registergoed, bestaande uit diverse percelen te Stadsdistrict sectie B onderhands te verkopen volgens de bij het verzoek gevoegde koopovereenkomst.
2.2.
Het Land heeft betoogd dat het Gerecht de verzochte toestemming voor de verkoop voor zover het perceel 3320 betreft dient te onthouden. Daartoe heeft het Land aangevoerd dat het Land eigenaar is van dat perceel aangezien het recht van erfpacht teniet is gegaan als gevolg van de ministeriële beschikking van 23 juli 2018 waarbij de erfpacht is opgezegd. Het accessoire recht van hypotheek bestaat om die reden volgens het Land niet meer.
2.3.
Verzoekster heeft hier tegenover gesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarden waaronder erfpacht opgezegd kan worden, zodat het recht van hypotheek wel rust op het betreffende perceel. Voorts heeft verzoekster gewezen op de koopovereenkomst waarin reeds twee varianten zijn verdisconteerd, de verkoop van het geheel aan percelen en de verkoop van de overige percelen, niet zijnde perceel 3320. Volgens verzoekster en ook volgens Corendon kan er goedkeuring worden verleend aan de koopovereenkomst. Tussen het moment van goedkeuring en het passeren van de akte bij de notaris zal dan verder moeten blijken hoe de juridische status van het betreffende perceel is, aldus verzoekster en Corendon.
2.4.
Vastgesteld wordt dat de koopovereenkomst twee koopprijzen noemt, 12.200.000,- voor het geheel aan percelen en 11.500.000,- voor de andere percelen (exclusief perceel 3320). Op pg. 5 van de koopovereenkomst staat daarover het volgende:
Blijkens ministeriele beschikking de dato 23 juli 2018, nummer 2018/33890, (…) heeft het Land Curaçao het recht van erfpacht op voormeld registergoed Stadsdistrict, sectie B nummer 3320 opgezegd. Niet duidelijk is of daarbij alle formaliteiten in acht zijn genomen, waardoor het thans niet duidelijk is of de executie van dit registergoed wel/niet doorgang vindt. Indien hierover en derhalve ook over de intenties van het Land Curaçao met betrekking tot de instandhouding van dit registergoed onder de thans geldende voorwaarden geen – voor beide partijen genoegzaam - uitsluitsel wordt verkregen, voor de leveringsdatum, zal de executie van dit registergoed geen doorgang vinden, zonder dit als tekortkoming in de nakoming van de verbintenissen in deze overeenkomst kan worden aangemerkt.
2.5.
De onderhandse koopovereenkomst kan worden goedgekeurd nu in de overeenkomst reeds rekening is gehouden met de kennelijk ongewisse juridische status van perceel 3320. Deze goedkeuring behelst geen oordeel over voornoemde debat betreffende perceel 3320. Nu voorts niet is gebleken van een hoger bod en overigens is voldaan aan de vereisten van artikel 548 Rv Pro wordt de onderhandse verkoop op grond van artikel 3: 268 lid 2 BW goedgekeurd.

3.De beslissing

Het Gerecht:
3.1.
keurt goedde onderhandse verkoop conform de aan deze beschikking gehechte koopovereenkomst
3.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door S.E. Sijsma, rechter, en op 21 september 2018 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.