Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een onderneming die zeil- en motorcharters voor toeristen aanbiedt, verzocht om een belastingvrijstelling op grond van de Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw (LBBH). De Gouverneur wees dit verzoek af omdat niet werd verwacht dat belanghebbende zou bijdragen aan de verbreding van de economische basis van Curaçao.
Belanghebbende stelde beroep in tegen deze afwijzing. Het Gerecht beoordeelde of aan de voorwaarden van de LBBH was voldaan, waarbij alleen de eis dat de onderneming bijdraagt aan de verbreding van de economische basis in geschil was. Uit het businessplan en een macro-economische impactanalyse bleek dat de activiteiten van belanghebbende niet als nieuwe economische bedrijvigheid kunnen worden beschouwd en geen noemenswaardige bijdrage leveren aan de deviezenopbrengst of werkgelegenheid.
Het Gerecht concludeerde dat het verzoek terecht was afgewezen omdat de onderneming geen substantiële economische verbreding voor Curaçao oplevert. Het beroep werd ongegrond verklaard, en er werd geen vergoeding van proceskosten of griffierecht toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de belastingvrijstelling bevestigd.