Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
[eiser],
DE MINISTER VAN JUSTITIE,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep on
gegrond.
zes wekenna kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiser, geboren in 1999 in Haïti, verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf op Curaçao voor gezinshereniging met zijn vader die sinds 2010 op Curaçao verblijft. De aanvraag werd afgewezen omdat de scheiding tussen eiser en zijn vader langer dan vijf jaar duurde, waardoor het feitelijke gezinsverband volgens het beleid was verbroken.
Eiser voerde aan dat hij ten tijde van de aanvraag minderjarig was, nog financieel afhankelijk is van zijn vader en dat de beslistermijn onterecht met een jaar was overschreden. Tevens deed hij een beroep op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar de eerder toegewezen verblijfsvergunningen van zijn minderjarige zussen.
Het Gerecht oordeelde dat voor meerderjarige kinderen andere toelatingsvereisten gelden dan voor minderjarige kinderen en dat eiser niet voldeed aan de criteria voor toelating als meerderjarig kind. Het feit dat eiser bij de aanvraag minderjarig was, was niet relevant omdat de beslissing op bezwaar werd genomen toen hij meerderjarig was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet gelijk waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergunning tot tijdelijk verblijf voor gezinshereniging wordt ongegrond verklaard.