Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.DE TUSSEN PARTIJEN VASTSTAANDE FEITEN
25.9
5.44
12.445
7.75
7.35
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een zelfstandig taxichauffeur, maakte bezwaar tegen aanslagen premies AOV/AWW 2011 en 2014 en premies AVBZ 2007, 2008 en 2012. De Inspecteur verwierp de aftrek van autokosten wegens gebrek aan bewijs en hield rekening met een forfaitaire bijtelling voor privégebruik van de auto.
De bezwaren tegen de premies AVBZ 2007, 2008 en 2012 werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij buiten de wettelijke termijn van twee maanden waren ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het bezwaar tegen de aanslag premies AOV/AWW 2011 was eveneens niet ontvankelijk, ondanks dat de Inspecteur dit anders had beoordeeld.
De Inspecteur had de aanslag premies AOV/AWW 2014 ambtshalve verminderd naar het door belanghebbende opgegeven premie-inkomen, maar de autokosten werden niet geaccepteerd. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende de autokosten niet aannemelijk had gemaakt, geen jaarstukken of facturen had overgelegd en dat de forfaitaire bijtelling van 15% van de nieuwwaarde van de auto van toepassing was. Hierdoor was er per saldo geen aftrek van autokosten mogelijk.
Het beroep tegen de aanslagen premies AOV/AWW 2011 werd gegrond verklaard vanwege onontvankelijkheid van het bezwaar, en de uitspraak op bezwaar werd vernietigd. Het beroep tegen de overige aanslagen werd ongegrond verklaard. Het betaalde griffierecht van Naf. 50 werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag premies AOV/AWW 2011 is gegrond verklaard wegens onontvankelijkheid bezwaar, overige beroepen ongegrond, en griffierecht wordt vergoed.