ECLI:NL:OGEAC:2018:102
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid verzekeraars voor letselschade inzittende na verkeersongeval
Op 30 juli 2012 vond een verkeersongeval plaats op de kruising van de Nijlweg en de Frater Radulphusweg waarbij een minderjarige inzittende ernstig letsel opliep. De minderjarige, vertegenwoordigd door haar moeder, stelde de verzekeraars van beide betrokken automobilisten aansprakelijk voor haar schade. Beide verzekeraars betwistten aansprakelijkheid en stelden dat de ander de verkeersfout had gemaakt, waarbij ook eigen schuld van de minderjarige werd aangevoerd.
Het Gerecht oordeelde dat beide automobilisten een verkeersfout hadden gemaakt: de ene reed te hard en de andere verleende geen voorrang. Hierdoor was sprake van medeschuld en hoofdelijke aansprakelijkheid van beide verzekeraars jegens de minderjarige. De stelling dat de minderjarige geen gordel droeg werd onvoldoende onderbouwd en verworpen.
De minderjarige leed aan een dwarslaesie en hersenletsel met blijvende invaliditeit van 60-70%. De totale schade werd begroot op circa NAf 3 miljoen, waarvan NAf 300.000,- immateriële schade. Gezien de verzekerde sommen van elk NAf 150.000,- werden beide verzekeraars veroordeeld tot betaling van deze maximale bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de ongevalsdatum.
Ook buitengerechtelijke kosten werden toegewezen en beide verzekeraars werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Beide verzekeraars worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van elk maximaal NAf 150.000,- plus rente en kosten aan de minderjarige.