ECLI:NL:OGEAC:2017:156
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet en voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst
De werknemer verrichtte werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst bij de werkgever. Op 21 juni 2016 ontstond een incident waarbij beide partijen elkaar bedreigden en de werknemer met een stanleymes in de hand was. De werkgever sprak daarop direct het ontslag op staande voet uit. De werknemer diende een verzoek in om dit ontslag nietig te verklaren en loonbetalingen te vorderen.
Het Gerecht acht het aannemelijk dat het ontslag direct na het incident is gegeven en dat de werknemer hiervan op de hoogte was. Het gedrag van de werknemer, waarbij hij zijn meerdere bedreigde met een stanleymes, vormt een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het ontslag is derhalve geldig en heeft geleid tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
De vorderingen van de werknemer tot loonbetaling na het ontslag en wedertewerkstelling worden afgewezen. Het salaris tot 21 juni 2016 is door de werkgever betaald. De werknemer wordt toegestaan kosteloos te procederen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Voor het geval dat het ontslag op staande voet in hoger beroep wordt vernietigd, heeft de werkgever een zelfstandig tegenverzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 21 juni 2016 of een door de rechter te bepalen datum. Het Gerecht oordeelt dat de arbeidsverhouding duurzaam is verstoord en ontbindt de arbeidsovereenkomst per 23 mei 2017 zonder toekenning van een vergoeding aan de werknemer.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. De beschikking is uitgesproken door rechter I.H. Lips op 22 mei 2017.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is geldig; bij vernietiging wordt de arbeidsovereenkomst per 23 mei 2017 ontbonden zonder vergoeding.