In deze kortgedingprocedure vorderen Rivana Services S.A. en Jadranski Pomorski Servis D.D. opheffing van het beslag dat Bluemarine Chartering Inc. heeft gelegd op het schip David Prvi en de bunkers aan boord. Bluemarine baseert het beslag op vorderingen uit hoofde van maritieme brokerage charges voortvloeiend uit commission agreements en een credit assignment agreement.
Het geschil betreft de vraag of de vorderingen van Bluemarine terecht zijn en of het beslag rechtmatig is. Het Gerecht oordeelt dat Bluemarine een vordering van circa USD 30.000 op Rivana heeft die verhaalbaar is op het schip, maar dat het beslag voor het grootste deel betrekking heeft op vorderingen tegen Salver Global S.A., waarvoor geen beslag op de David Prvi kan worden gelegd.
Daarnaast wordt het beslag op de bunkers opgeheven vanwege het ontbreken van een redelijk belang bij handhaving, mede gelet op de belangen van de bemanning. Bluemarine wordt veroordeeld tot het stellen van een bankgarantie van USD 40.000 indien het beslag gehandhaafd blijft. De proceskosten worden gecompenseerd.