Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- al het bovenstaande door U.EA in goede justitie te bepalen,
- kosten rechtens met inbegrip der griffiekosten, rente en nakosten, onder de
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De eiseres is sinds 1 september 2001 in dienst als zorgverlener en sinds 13 januari 2014 volledig arbeidsongeschikt door een ongeneeslijke ziekte. Zij ontving vanaf november 2015 een ouderdomspensioen. De werkgever betaalde het loon tot en met december 2015 door, maar staakte daarna de betaling. De eiseres vordert loonbetaling vanaf januari 2016 en stelt dat de arbeidsovereenkomst nog voortduurt.
Het gerecht stelt vast dat de arbeidsovereenkomst niet uitdrukkelijk is opgezegd en dat de aanvraag en toekenning van het ouderdomspensioen niet als beëindiging van de arbeidsovereenkomst kunnen worden gezien. De werkgever had als goed werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid moeten handelen en de situatie met de werknemer bespreken, maar deed dit niet.
Daarom is de werkgever verplicht het loon vanaf 1 januari 2016 door te betalen, verminderd met het pensioenbedrag. Daarnaast wordt een gematigde wettelijke rente toegewezen over de achterstallige loonbetaling tot 1 november 2016. De proceskosten worden aan de zijde van de eiseres toegewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf 1 januari 2016, verminderd met het pensioenbedrag, met vertragingsrente en proceskosten.