Belanghebbende, woonachtig in Curaçao, kreeg aanslagen premieheffing AVBZ en inkomstenbelasting opgelegd over de jaren 2005 tot en met 2008. Hij stelde dat de aanslagen te laat waren opgelegd en dat het ging om definitieve aanslagen, waarvoor een termijn van vijf jaar geldt. De Inspecteur stelde dat het navorderingsaanslagen betrof, waarvoor een langere termijn geldt, en dat conversie van de aanslagen mogelijk is.
Het Gerecht oordeelde dat de aanslagen formeel als definitieve aanslagen waren opgelegd, maar dat conversie in navorderingsaanslagen mogelijk is omdat aan de voorwaarden, waaronder het bestaan van een nieuw feit, is voldaan. Het nieuw feit bestond uit inkomensgegevens uit Nederland die pas in 2013 bekend werden, waardoor navordering gerechtvaardigd was. De aanslagen zijn daardoor tijdig opgelegd binnen de navorderingstermijn.
Verder werd geoordeeld dat belanghebbende ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase, maar dat dit geen nadelige gevolgen had. De uitspraken op bezwaar met betrekking tot de premieheffing AVBZ 2006-2008 werden vernietigd vanwege prematuriteit. Het beroep werd gegrond verklaard voor die aanslagen en ongegrond voor de rest. Ten slotte werd de Inspecteur veroordeeld tot een forfaitaire proceskostenvergoeding aan belanghebbende.