ECLI:NL:OGEAC:2016:46
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing moeder met kind naar Aruba
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een minderjarig kind. Na echtscheiding is gezamenlijk gezag vastgesteld en een omgangsregeling voor de vader met het kind. De moeder wil met het kind naar Aruba verhuizen en vraagt om wijziging van het gezag en toestemming voor verhuizing. De vader verzet zich hiertegen en vordert onder meer het hoofdverblijf van het kind aan hem toe te wijzen.
De moeder stelt dat zij in Curaçao geen werk kan vinden en op Aruba een baan heeft via haar nieuwe partner, met wie zij een relatie heeft. Het Gerecht oordeelt dat dit geen noodzaak tot verhuizing oplevert, maar vooral een wens om bij haar nieuwe partner te zijn. De vader heeft intensief contact met het kind en verhuizing zou dit contact ernstig beperken, terwijl de moeder onvoldoende compensatie biedt.
Het Gerecht weegt het belang van het kind op continuering van omgang met de vader zwaarder dan het belang van de moeder om te verhuizen. Het verzoek tot wijziging van het gezag en toestemming tot verhuizing wordt afgewezen. Ook het verzoek van de vader tot wijziging van hoofdverblijfplaats wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van het gezag en toestemming tot verhuizing naar Aruba wordt afgewezen.