ECLI:NL:OGEAC:2016:170

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
4 juni 2016
Publicatiedatum
17 juli 2017
Zaaknummer
82447/2017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet kassière wegens kastekort van NAf 600,- bevestigd

De zaak betreft het ontslag op staande voet van een kassière bij Hubrap Holding B.V. nadat een klant meldde dat er een bedrag van NAf 666,10 was afgeschreven terwijl hij slechts NAf 66,10 had getankt. De kassière had erkend een fout te hebben gemaakt bij het invoeren van het pinbedrag, waardoor een bedrag van NAf 600,00 te veel werd afgeschreven. Hoewel videobeelden geen directe diefstal aantoonden, was er een kastekort van NAf 600,00 dat niet werd verklaard.

De kassière werd geschorst en vervolgens op staande voet ontslagen wegens het tekort en het ontbreken van een plausibele verklaring. Zij betwistte het stelen van het geld en voerde aan dat het kasverschil ook een fout kon zijn. Het Gerecht oordeelde dat de kassière als enige verantwoordelijk was voor de kassa tijdens de betreffende shift en dat het ontbreken van een verklaring en het kastekort het vertrouwen van de werkgever had doen vervallen.

Het Gerecht concludeerde dat het ontslag op staande voet terecht was gegeven en wees het verzoek tot nietigverklaring en loondoorbetaling af. De kassière werd toegestaan kosteloos te procederen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Over het verzoek tot een getuigschrift was tussen partijen overeenstemming bereikt.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet van de kassière wegens een kastekort van NAf 600,- wordt bevestigd en het verzoek tot nietigverklaring en loondoorbetaling wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Beschikking in de zaak van:
[VERZOEKSTER],
wonende te Curaçao,
verzoekster,
gemachtigde: mr. J. Prevo,
tegen
de besloten vennootschap
HUBRAP HOLDING B.V.,
gevestigd te Curaçao,
verweerster,
gemachtigde: mr. L. Douglas.
Partijen worden hierna [verzoekster] en Hubrap genoemd.

1.Het procesverloop

1.1
Bij inleidend verzoekschrift met bewijsstukken, dat op 6 april 2017 ter griffie is ingekomen, heeft [verzoekster] een aantal verzoeken tegen Hubrap ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van dinsdag 6 juni 2017. [verzoekster] is daar verschenen bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Namens Hubrap is mw. [naam operations manager] (operations manager) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Op voorhand is door Hubrap een productie toegezonden. Van hetgeen ter mondelinge behandeling is verhandeld heeft de griffier aantekeningen gehouden.
1.2
Het Gerecht heeft de uitspraak van deze beschikking bepaald op heden.

2.De feiten

2.1
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde producties, staat het volgende vast:
2.2
Hubrap exploiteert onder meer een tankstation dat is gesitueerd bij Parera genaamd Jeanette Service Center.
2.3 [
Verzoekster] is sinds 21 augustus 2013 in dienst van Hubrap als kassière, laatstelijk tegen een brutosalaris van NAf 1.422,00 per maand, inclusief emolumenten.
2.4
Op 16 november 2016 heeft een klant bij het hoofdkantoor van Hubrap gemeld dat hij op 3 november 2016 bij Jeanette Service Center voor NAf 66,10 heeft getankt maar dat er een bedrag van NAf 666,10 van zijn rekening werd afgeschreven.
2.5 [
Verzoekster] was op 3 november 2016 als Kassière werkzaam bij Jeanette Service Center. [Verzoekster] heeft aan het einde van haar shift een kascontrole-formulier ingevuld.
2.6 [
Verzoekster] is in verband met de melding van de klant gehoord. Vervolgens is zij (voor de duur van het nog te verrichten onderzoek) geschorst.
2.7 [
Verzoekster] is per brief van 22 november 2016 door Hubrap op staande voet ontslagen. In de brief heeft Hubrap, voor zover van belang, als volgt aan [verzoekster] meegedeeld:
Dia 16 di novèmber 2016 un kliente a presentá na nos ofisina prinsipal, indikando ku riba 3 di novèmber2016 pa mas o menos 4:23 p.m. ela tènk na Jeanette Service Center pa un montante di ANG 66,10. Na e momentu ei Bo persona tabatin warda. Pa su sorpresa, e kliente a ripará despues ku a debitá su kuenta di banko pa un montante di ANG 666,10. Despues di a kontrolá un ke otro, a bin resultá ku enbèrdat e kliente no a paga tinu I a swipe un montante di ANG 600,00 di mas.
Despues di a tuma nota di e lokual a sosodé, a pidi Bo persona pa akudí na nos ofisina prinsipal. A duna Bo oportunidat pa splika kiko a sosodé, pero Bo no por a proveé un splikashon válido. Konsekuentemente Bo a wòrdu dispensá di bo obligashon laboral, pendiente e investigashon.
Entretantu a kontrolá e grabashon di e shift en kuestion. For di e imágennan nos no a logra haña un indikashon kiko por a bai robes. Echo ta keda ku falta un montante di ANG 600,00 I komo kahera di e shift en kuestion Bo ta responsabel pa esaki.
A base di e echonan ariba menshoná nos ta sinti ku nos no por kontinuá relashon laboral entre Bo persona I Hubrap Holding B.V. pa motibu di deskonfiànsa.(…)
2.8
Bij brief van 24 november 2016 heeft [verzoekster] de nietigheid van het ontslag ingeroepen.
2.9
Hubrap volhardt in het door haar gegeven ontslag.

3.Het geschil

3.1 [
Verzoekster] heeft het Gerecht - kort samengevat - verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- [Verzoekster] toe te staan om kosteloos te mogen procederen;
- het ontslag op staande voet nietig te verklaren en de arbeidsovereenkomst te continueren met doorbetaling aan haar van het maandelijks overeengekomen loon vanaf het moment van het onrechtmatig ontslag;
- in geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst: de werkgever te veroordelen het maandelijks vastgestelde loon door te betalen totdat het dienstverband op rechtmatige wijze zal zijn geëindigd, waarbij de wettelijke regelingen t.a.v. ontbindingsvergoeding vermeerderd met de wettelijke vertragingsrente, cessantia, niet genoten vakantiedagen en andere emolumenten van toepassing wordt verklaard;
- het totaal te vermeerderen met de kosten van dit geding, waaronder begrepen de kosten van de griffie en verschotten;
- te bepalen dat [verzoekster] een werkgeversverklaring/getuigschrift zal worden verstrekt conform artikel 7A:1614z.
3.2 [
Verzoekster] heeft - verkort weergegeven - het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Het gegeven ontslag kan geen stand houden en dient daarom te worden vernietigd. [Verzoekster] ontkent dat zij een bedrag van NAf 600,00 uit de kassa van Hubrap heeft meegenomen. Dat blijkt ook niet uit de videobeelden. Het is weliswaar mogelijk dat zij op 3 november 2016 een fout heeft gemaakt door een cijfer 6 teveel in te toetsen op het pinbedrag van NAf 66,10 waardoor er een foutief pinbedrag van NAf 666,10 is ingevoerd, maar het ontbreken van een positief kasverschil op vernoemde data hoeft niet te betekenen dat ze zich dat bedrag heeft toegeëigend, aldus [verzoekster].
3.3
Hubrap voert gemotiveerd verweer dat ertoe strekt dat het Gerecht het verzoek van [verzoekster] zal afwijzen, met veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten.
3.4
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover voor de te nemen beslissing van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1
Uit het overgelegde bewijs van onvermogen is genoegzaam van het onvermogen van [verzoekster] gebleken om de proceskosten te dragen, zodat haar toelating zal worden verleend om kosteloos te procederen.
4.2
Het gaat in deze primair om de vraag of het door Hubrap op 22 november 2016 gegeven ontslag op staande voet vernietigd moet worden. Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet is nodig dat sprake is van een dringende reden. Voor de werkgever worden als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de arbeider, die ten gevolge hebben dat van een werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de dienstbetrekking te laten voortduren.
4.3
Voor de beoordeling van de vraag of het door Hubrap gegeven ontslag rechtsgeldig is zijn de aan [verzoekster] opgegeven redenen zoals vermeld in de brief van 22 november 2016 maatgevend en wordt het geschil afgebakend door de daarin genoemde verwijten. In de brief wordt als dringende reden gegeven dat [verzoekster] als kassière verantwoordelijk was voor het kastekort van NAf 600,00 en dat Hubrap, aangezien [verzoekster] op het moment dat ze ermee geconfronteerd werd daarvoor geen plausibele verklaring had, geen vertrouwen meer in haar heeft. Hubrap heeft ter onderbouwing daarvan aangevoerd dat [verzoekster] tegenover haar heeft erkend dat zij bij vergissing een 6 teveel had ingetoetst waardoor er een klant het bedrag van NAf 600,00 teveel heeft betaald. Dat er die dag desondanks geen kasoverschot was is dus volgens Hubrap onbegrijpelijk. [Verzoekster] moest bij het controleren van de dag afsluiting de betaling van het niet geringe bedrag van NAf 660,10 hebben waargenomen. Toch rapporteerde ze op het kascontrole-formulier uiteindelijk slechts een kas-tekort van NAf 17,91. Een andere gevolgtrekking dan dat [verzoekster] zich het geld heeft toegeëigend kan Hubrap niet bedenken, aldus Hubrap.
4.4 [
Verzoekster] beperkt zich in feite tot de stelling dat zij het missende bedrag van
NAf 600,00 niet heeft gestolen en dat zij ook niet weet waar dat geld is gebleven.
4.5
Het Gerecht overweegt als volgt. Op 3 november 2016 was er aan het einde van de shift van [verzoekster] een kas-overschot van NAf 600,00. Vast staat immers dat die dag een bedrag van NAf 666,10 is gepind en dat [verzoekster] heeft erkend dat ze het verkeerde pinbedrag heeft ingetoetst. Dit overschot staat evenwel niet vermeld op het door [verzoekster] opgestelde kascontrole-formulier van 3 november 2016. [verzoekster] heeft daar geen plausibele verklaring voor gegeven. Nu zij die avond de enige kassière was en daardoor als enige de feitelijke macht over de kassa en de dagopbrengsten had, is een alternatief scenario - waarin [verzoekster] niets te maken zou hebben met de missende NAf 600,00 - evenmin aannemelijk. Om die reden moet het ervoor worden gehouden dat [verzoekster] verantwoordelijk is voor het tekort NAf 600,00. Hoewel uit de videobeelden niet kan worden opgemaakt dat [verzoekster] het geldbedrag feitelijk heeft ontvreemd, doet dat aan het bovenstaande niet af. Daarbij geldt dat Hubrap ter zitting heeft verklaard dat de videobeelden in die zin niet compleet waren, dat deze niet de gehele shift van [verzoekster] vertoonden.
4.6
Gelet op al het vorenstaande is het navolgbaar dat het vertrouwen dat Hubrap had in [verzoekster] is komen te vervallen toen bleek dat er tijdens haar shift en onder haar verantwoordelijkheid NAf 600,00 is verdwenen. Hubrap heeft dus kunnen menen dat van haar niet langer kon worden gevergd om het dienstverband met [verzoekster] in stand te houden zodat het ontslag op staande voet terecht is verleend. Persoonlijke omstandigheden die tot een ander oordeel leiden zijn niet gebleken. De verzoeken tot nietigverklaring van het ontslag en loondoorbetaling zullen dan ook worden afgewezen.
4.7
Nu er geen sprake is van een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding komt het Gerecht niet toe aan de beoordeling van het verzoek tot een eventuele ontbindingsvergoeding en cessantia. Voor wat betreft het verzoek van [verzoekster] tot het doen toekomen van een getuigschrift, geldt dat partijen ter zitting reeds daarover een akkoord hebben bereikt. Het Gerecht komt derhalve niet toe aan een beoordeling van dat verzoek.
4.8
In de hoedanigheid van de procespartijen ziet het Gerecht aanleiding om niet tot een proceskostenveroordeling te komen.

5.De Beslissing

Het Gerecht:
- verleentverzoekster] verlof om kosteloos te procederen;
-
wijstde verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.E. Sijsma, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.