ECLI:NL:OGEAC:2016:17
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- U.I.D. Luydens
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en gebruiksvergoeding woonhuis
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen eiseres en gedaagde centraal. Er bestaat onenigheid over de omvang van de inboedel van het woonhuis en welke goederen door wie zijn meegenomen, verkocht of weggegooid. Het gerecht oordeelt dat onvoldoende is vastgesteld welke gemeenschappelijke zaken nog in bezit zijn, waardoor de vordering tot verdeling van de inboedel wordt afgewezen.
Daarnaast is onduidelijkheid over het eigendom van het huis te Curaçao. Gedaagde heeft nagelaten de verkoop- en leveringsakte te overleggen, terwijl een aanslag grondbelasting uit 2003 is overgelegd waaruit blijkt dat de vader toen was aangeslagen. Het gerecht acht het echter niet opportuun om op basis hiervan conclusies te verbinden en geeft gedaagde de gelegenheid een kadastraal uittreksel te overleggen om de eigendomshistorie te verduidelijken.
Wat betreft de banktegoeden en schulden bij MCB is besloten dat eiseres een bevel krijgt om informatie te verkrijgen over de bankrekeningen van gedaagde per peildatum 3 juni 2009. Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwing gegeven van de schuld aan MCB, waardoor deze schuld aan hem wordt toegerekend zonder verrekening.
Ten slotte wordt een gebruiksvergoeding vastgesteld voor het woonhuis, gebaseerd op het verblijf van eiseres tot en met december 2011, wat door gedaagde niet is weersproken. De vergoeding wordt berekend op basis van 24 maanden tegen een vastgesteld maandbedrag. Verdere beslissingen worden aangehouden en de zaak wordt verwezen naar latere zittingen voor nadere stukken en uitlatingen.
Uitkomst: Vordering tot verdeling inboedel afgewezen, gebruiksvergoeding vastgesteld en nadere stukken opgevraagd.