Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET GESCHIL
5.BESLISSING
- verklaart het beroep inzake de aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 2011 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van SBV, kreeg voor het jaar 2011 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van Naf. 271.593, terwijl hij slechts Naf. 620 aan looninkomsten had aangegeven. De Inspecteur baseerde de aanslag op de omzet van SBV en stelde dat belanghebbende niet van het opgegeven bedrag kon leven.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de termijn. Het Gerecht oordeelde echter dat de Inspecteur niet had bewezen dat de aanslag tijdig was verzonden, waardoor het bezwaar alsnog ontvankelijk werd verklaard.
Inhoudelijk oordeelde het Gerecht dat de Inspecteur haar bewijslast niet had voldaan en het hogere belastbaar inkomen niet aannemelijk had gemaakt. Belanghebbende had geloofwaardig verklaard dat hij vrijwel geen inkomsten had en in zijn levensonderhoud voorzag via leningen van SBV en steun van zijn ouders. De aanslag werd daarom verminderd tot het door belanghebbende opgegeven bedrag van Naf. 620.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2011 wordt verminderd tot het door belanghebbende opgegeven belastbaar inkomen van Naf. 620.