ECLI:NL:OGEAC:2012:BY3841
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevel tot visering bewijs van bevoegdheid en beëdiging arts voor waarneming op Curaçao
Eiseres, arts afgestudeerd aan de universiteit van Groningen, verzocht het Land Curaçao om haar bewijs van bevoegdheid te viseren en haar te beëdigen als arts, zodat zij tijdelijk kan waarnemen voor een praktijkhoudend arts. Ondanks herhaalde verzoeken bleef het Land dit weigeren, waardoor eiseres haar beroep niet kon uitoefenen en schade leed.
Het Gerecht stelde vast dat eiseres op grond van de Landsverordening regelende de uitoefening van de geneeskunde bevoegd is om het beroep uit te oefenen en dat tijdelijke waarneming is toegestaan. Het viseren van het bewijs van bevoegdheid is een administratieve handeling zonder beschikkingkarakter, waardoor bezwaar bij de bestuursrechter niet aan de orde is.
Het Land kon geen gerechtvaardigd belang aantonen om de visering en beëdiging tegen te houden. Het Gerecht oordeelde dat het Land onrechtmatig handelt door dit onmogelijk te maken en gaf eiseres gelijk. Het Land werd bevolen binnen drie weken het bewijs van bevoegdheid te viseren en haar te laten beëdigen, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens werd het Land veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Land wordt bevolen binnen drie weken het bewijs van bevoegdheid te viseren en eiseres te beëdigen, onder verbeurte van een dwangsom.