Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De beoordeling
4.De beslissing
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats], tot [datum] 2027;
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De Voogdijraad Caribisch Nederland verzocht op 8 mei 2026 om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2009. De mondelinge behandeling vond plaats op 27 mei 2026, waarbij de moeder niet verscheen. De rechter sprak ook met de minderjarige op 26 mei 2026.
De minderjarige woont sinds augustus 2025 bij een meerderjarige vriend, terwijl zij staat ingeschreven op het adres van de moeder. De Voogdijraad stelde dat de situatie onwenselijk is vanwege een scheve gezagsverhouding en afhankelijkheid. Uit het kinderbeschermingsonderzoek bleek dat de minderjarige behoefte heeft aan hulpverlening vanwege spijbelgedrag en gebrek aan opvoedkundige sturing.
De rechter oordeelde dat de belangen en ontwikkeling van de minderjarige zodanig worden bedreigd dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is tot haar meerderjarigheid in 2027. De uithuisplaatsing werd echter afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd dat deze maatregel noodzakelijk is. De rechter vond het onwenselijk om de minderjarige onder dwang bij Begeleid Wonen Bonaire te plaatsen voor de resterende duur van de minderjarigheid, mede omdat de minderjarige zelf hulp wil ontvangen en de relatie met de meerderjarige vriend niet voldoende reden is voor uithuisplaatsing.
De beschikking werd op 4 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter R.P.P. Hoekstra, waarbij tevens een gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland werd belast met het toezicht.
Uitkomst: Ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt toegewezen tot haar meerderjarigheid, uithuisplaatsing wordt afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.