ECLI:NL:OGEABES:2026:92

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
BON202400419
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:200a BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking inzake langdurig onverdeelde boedel en perceeltoewijzing te Bonaire

In deze zaak betreffende een perceel te Bonaire in een langdurig onverdeelde boedelprocedure heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een tussenbeschikking gegeven. De procedure betreft een geschil tussen verzoeker en meerdere belanghebbenden over de toewijzing van het perceel en de toepassing van artikel 3:200a BW BES.

De belanghebbenden hebben een akte ingediend met een primair verzoek tot afwijzing van de toewijzing aan verzoeker en een subsidiair verzoek om bindende voorwaarden te verbinden aan een eventuele toewijzing, waaronder een verplichte uitkoopregeling, zelfbewoningsverplichting en herzieningsregeling. Het Gerecht erkent de bevoegdheid van de belanghebbenden om aktes te nemen ondanks hun late indiening en het feit dat zij niet op de BES-eilanden wonen.

Het Gerecht geeft partijen de gelegenheid om een antwoordakte in te dienen, gelijktijdig met aanvullende stukken van verzoeker over financiering en van het Openbaar Lichaam Bonaire over de aanvaardbaarheid van het ontwikkelingsplan. De zaak wordt verwezen naar een volgende zitting en verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een volgende zitting voor nadere stukken en beoordeling.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Zaaknummer: BON202400419
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beschikking in de zaak met betrekking tot het perceel:
NOORD NIKIBOKO(467 m2)
te Bonaire
kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding], groot 467 m2
(stenen huis en erf)
welk perceel volgens de schriftelijke inzage van het Kadaster ten name staat van
‘[naam]’
hierna: het perceel
van:
[verzoeker],
hierna: [verzoeker],
wonende te Bonaire,
verzoeker,
met belanghebbenden:
[belanghebbende 1],
hierna: [belanghebbende 1],
[belanghebbende 2],
hierna: [belanghebbende 2],
gemachtigde: mr. R.Ch. Luttikhuizen,
[belanghebbende 3],
[belanghebbende 4],
[belanghebbende 5],
gemachtigde: [belanghebbende 2],
HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE,
zetelend te Bonaire,
hierna te noemen: OLB,
gemachtigde: mr. ir. T.L.H. Peeters,
en
de stichting
FUNDASHON CAS BONAIRIANO,
gevestigd te Bonaire,
hierna te noemen: FCB,
niet verschenen.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Het Gerecht verwijst naar de tussenbeschikkingen van 3 juni 2025, 1 augustus 2025 en 9 december 2025.
1.2.
Op de oude boedelrolzitting van 7 april 2026 heeft [belanghebbende 2], mede namens [belanghebbende 3], [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5], een akte uitlating tevens houdende zelfstandig verzoek genomen.
1.3.
Uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Het Gerecht houdt vast aan hetgeen in rov. 2.5 van de tussenbeschikking van 9 december 2025 is overwogen omtrent de bindende eindbeslissing in de tussenbeschikking van 1 augustus 2025 en de eisen van een goede procesorde. Ook [belanghebbende 3], [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] zijn te laat. En kennelijk wonen ook zij niet op de BES-eilanden.
2.2.
Dat neemt niet weg dat [belanghebbende 2], [belanghebbende 3], [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] mede belanghebbenden zijn in deze langdurig onverdeeld gebleven boedel-procedure en dus bevoegd zijn aktes te nemen.
2.3. [
[belanghebbende 2] concludeert in haar akte van 7 april 2026:
Primair:
Het verzoek van [verzoeker] tot toewijzing van het perceel [adres] af te wijzen, althans te oordelen dat toepassing van artikel 3:200a BW BES in dit geval niet gerechtvaardigd is en te bevelen dat het perceel dient te worden verkocht en de opbrengst gelijkelijk onder de erfgenamen dient te worden verdeeld.
Subsidiair:
Aan de uiteindelijke toewijzing aan [verzoeker] de navolgende bindende voorwaarden te verbinden:
- een verplichte uitkoopregeling ten gunste van de overige erfgenamen
tegen marktconforme waarde;
- een afdwingbare zelfbewoningsverplichting;
- een herzienings- en/of vervalregeling bij niet-nakoming.
2.4. [
[verzoeker] en de overige belanghebbenden krijgen de gelegenheid een antwoordakte te nemen.
2.5.
Het meest praktische is dat deze antwoordakte wordt genomen gelijktijdig met [verzoeker] akte omtrent de financiering en OLB’s akte omtrent de aanvaardbaarheid van het laatste plan tot ontwikkeling van [verzoeker].
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.Beslissing

Het Gerecht:
- stelt [verzoeker] en de overige belanghebbenden in de gelegenheid de in rov. 2.4 bedoelde akte te nemen, gelijktijdig met de eerder aan [verzoeker] verzochte akte omtrent de financiering en de eerder aan OLB verzochte akte omtrent de aanvaardbaarheid van het laatste plan tot ontwikkeling van [verzoeker];
- verwijst de zaak daartoe naar de oude boedelrolzitting van 2 juni 2026 om 14:00 uur;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. de Boer, rechter, en op 10 april 2026 door de rolrechter getekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting in Bonaire in aanwezigheid van de griffier.