Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
1.De verdere beoordeling
2.De beslissing
[de man], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], [geboorteland], ten aanzien van de minderjarige:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 25 maart 2026 uitspraak gedaan over de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een minderjarige. De moeder van het kind had het vaderschap van de man gevorderd. De man kreeg de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren, bijvoorbeeld met DNA-onderzoek, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Het gerecht verwijst naar een eerdere beschikking van 29 oktober 2025 waarin de man was toegelaten tot het leveren van tegenbewijs en een termijn tot 28 januari 2026 was gesteld. Omdat de man geen tegenbewijs heeft geleverd, stelt het gerecht het vaderschap van de man vast zoals door de moeder verzocht.
De bijzondere curator, die de minderjarige vertegenwoordigde, wordt ontslagen van zijn taak, behalve indien tegen deze beslissing hoger beroep wordt ingesteld. Het gerecht overweegt tevens dat de minderjarige sinds de vernietiging van een eerdere erkenning weer de geslachtsnaam van de moeder draagt, en dat wijzigingen in de geslachtsnaam van de moeder nog niet zijn doorgevoerd.
De griffier wordt opgedragen een afschrift van de beschikking toe te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Het vaderschap van de man ten aanzien van de minderjarige wordt gerechtelijk vastgesteld.