ECLI:NL:OGEABES:2026:186

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
BON202600397
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming reizen met minderjarige van Bonaire naar Dominicaanse Republiek

De vrouw heeft bij het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen om met haar minderjarige kind van Bonaire naar de Dominicaanse Republiek te reizen voor vakantie van 23 tot en met 30 juli 2026.

Tijdens de mondelinge behandeling op 22 juli 2026, waarbij de moeder aanwezig was en de vader niet, heeft de rechter ook met het kind gesproken. Er is geen gegronde reden naar voren gekomen die een weigering van toestemming door de vader zou rechtvaardigen.

Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter in geschillen over gezamenlijk gezag een beslissing nemen die in het belang van het kind is. De rechter acht het in het belang van het kind dat het met de moeder op vakantie kan.

Daarom verleent de rechter de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige te reizen van Bonaire naar de Dominicaanse Republiek en terug, en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met de minderjarige van Bonaire naar de Dominicaanse Republiek te reizen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600397
datum beslissing: 22 juli 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de vrouw],
wonende te Bonaire,
hierna: de vrouw,
tegen
[de man],
wonende te Bonaire,
hierna: de man.

1.De procedure

1.1.
Op 16 juli 2026 heeft het gerecht het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw ontvangen.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Voor de mondelinge behandeling heeft de rechter, buiten aanwezigheid van anderen met [de minderjarige], gesproken. De vrouw is verschenen. De man is per brief opgeroepen en de griffie heeft geprobeerd de man telefonisch op de hoogte te stellen van de mondelinge behandeling. De griffie heeft geen contact met de man gekregen. De man is niet verschenen.
1.3.
De rechter heeft na de zitting direct mondeling uitspraak gedaan.

2.De feiten

2.1.
Tijdens het huwelijk is het volgende nu nog minderjarige kind geboren:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].

3.Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek
3.1.
De vrouw heeft op 16 juli 2026 het gerecht verzocht vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige] van Bonaire naar de Dominicaanse Republiek te reizen in verband met vakantie in de periode van 23 juli 2026 tot en met 30 juli 2026.
De beoordeling
3.2.
Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt alsdan een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
3.3.
Het gerecht acht het in het belang van [de minderjarige] dat hij met zijn moeder op vakantie kan. Tijdens de mondelinge behandeling is niet gebleken van een gegronde reden voor weigering door de vader om toestemming te geven.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
geeft de moeder vervangende toestemming om in de periode van 23 juli 2026 tot en met 30 juli 2026 met de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats], van Bonaire naar de Dominicaanse Republiek te reizen en vice versa;
4.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.