ECLI:NL:OGEABES:2026:179

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
BON202600191
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:401 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot wijziging kinderalimentatie wegens onvoldoende wijziging omstandigheden

De Voogdijraad Caribisch Nederland heeft bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek ingediend tot wijziging van de kinderalimentatie voor een minderjarige geboren in 2016. De oorspronkelijke alimentatiebijdrage was vastgesteld op USD 277,00 per maand bij beschikking van 5 maart 2025. De Voogdijraad stelde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden die een verhoging naar USD 326,00 rechtvaardigden.

Tijdens de mondelinge behandeling op 3 juli 2026 werd toegelicht dat de vrouw minder was gaan verdienen en dat de omgangsregeling niet werd nageleefd. Het gerecht oordeelde dat de omgangsregeling nog steeds van kracht is en dat het feit dat de vrouw de omgang belemmert, geen grond is voor wijziging. Tevens werd geoordeeld dat het lagere inkomen van de vrouw geen reden is voor aanpassing, mede omdat zij naar verwachting hetzelfde inkomen kan verdienen als voorheen en mogelijk wordt ondersteund door haar nieuwe partner.

Het gerecht concludeerde dat onvoldoende is aangetoond dat de alimentatiebijdrage niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Daarom werd het verzoek van de Voogdijraad niet-ontvankelijk verklaard en bleef de alimentatiebijdrage ongewijzigd.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van kinderalimentatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van gewijzigde omstandigheden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600191
Datum beslissing: 29 juli 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vrouw],
wonend op Bonaire,
hierna: de vrouw,
en
[de man],
wonend op Bonaire,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad is op 15 april 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.
1.2.
De man heeft op 26 juni 2026 een verweerschrift op de griffie van dit gerecht ingediend.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. De man is met zijn gemachtigde verschenen. De vrouw is verschenen in persoon. Namens de Voogdijraad is [medewerker voogdijraad] verschenen.
1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Feiten

2.1.
Tijdens het huwelijk tussen partijen is
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats].
2.2.
De echtscheiding tussen partijen is door dit gerecht op [datum] 2024 uitgesproken.
2.3.
Bij beschikking van 5 maart 2025 is de door man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] bepaald op USD 277,00 per maand. Ook is bij deze beschikking een omgangsregeling vastgesteld.
2.4.
Bij beschikking van 10 december 2025 is een verzoek van de vrouw om met [de minderjarige] naar de Verenigde Staten te mogen verhuizen afgewezen.

3.Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek en de beoordeling daarvan
3.1.
De Voogdijraad verzoekt de beschikking van 5 maart 2025 te wijzigen. Zij stelt dat er een wijziging van omstandigheden is en dat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] daarom moet worden vastgesteld op USD 326,00 per maand.
3.2.
Op grond van artikel 1:401 BW Pro BES kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud worden gewijzigd, wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen. Het gerecht zal dus in de eerste plaats moeten beoordelen of die situatie zich voordoet.
3.3.
In het verzoek is niet duidelijk uiteengezet wat de wijziging van omstandigheden is die noopt tot een wijziging. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de vertegenwoordigster van de Voogdrijraad toegelicht dat de vrouw minder is gaan verdienen en dat de omgangsregeling niet plaatsvindt zoals afgesproken.
3.4.
Om met dit laatste te beginnen: de door het gerecht bij beschikking van 5 maart 2025 bepaalde omgangsregeling geldt nog steeds. Ook de daarbij door het gerecht toegepaste aanvullende zorgkorting van USD 60,00 is dus nog steeds van toepassing. Dat op dit moment feitelijk geen invulling wordt gegeven aan deze omgangsregeling, is geen reden om een wijziging van omstandigheden als bedoeld in artikel 1:401 BW Pro BES aan te nemen. De man heeft immers gesteld dat het de vrouw is die de omgang verhindert. Het gerecht acht dit ook aannemelijk, nu de omgang is gestopt direct nadat het de vrouw niet is toegestaan met [de minderjarige] naar haar nieuwe partner in de Verenigde Staten te verhuizen.
3.5.
Ook de omstandigheid dat de vrouw minder is gaan verdienen dan voorheen is in dit geval geen grond voor een wijziging van de eerdere beschikking. In de eerste plaats geldt dat uit de berekening van de Voogdijraad volgt dat – ook als van haar lagere inkomen wordt uitgegaan – mét toepassing van de zorgkorting de bijdrage nog steeds geacht moet worden te voldoen aan de wettelijke maatstaven. In de tweede plaats valt niet in te zien waarom de vrouw minder is gaan werken en daarom nu kennelijk genoegen neemt met minder dan het geldende minimumloon. Aannemelijk is dat zij wordt ondersteund door haar nieuwe partner, maar in ieder geval moet zij geacht worden hetzelfde inkomen te kunnen verdienen als ten tijde van de beschikking van 5 maart 2025.
3.6.
De slotsom is dat onvoldoende is onderbouwd dat de bij laatstgenoemde beschikking vastgestelde bijdrage niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. De Voogdijraad zal daarom in het verzoek tot wijziging daarvan niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
verklaart de Voogdijraad niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.