ECLI:NL:OGEABES:2026:176

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
BON202600399
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 BW BESArt. 1:246 BW BESArt. 1:295 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming voogdij over ongeboren kind aan oma wegens gezagsvacuüm

De Voogdijraad Caribisch Nederland heeft op 16 juli 2026 een verzoek ingediend bij het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba om de oma te belasten met de voogdij over het ongeboren kind van een minderjarige moeder. De moeder is zwanger met een uitgerekende datum rond 31 juli 2026, maar de biologische vader is niet bekend en heeft het kind niet erkend.

De Voogdijraad heeft een rapport uitgebracht waarin wordt geadviseerd de oma als voogd aan te wijzen, mede omdat de moeder minderjarig is en volgens artikel 1:246 BW Pro BES niet bevoegd zal zijn het gezag uit te oefenen bij de geboorte, waardoor een gezagsvacuüm ontstaat. De oma heeft schriftelijk haar bereidheid verklaard de voogdij op zich te nemen.

Het gerecht heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het ongeboren kind juridisch als geboren moet worden aangemerkt om het belang te beschermen. Gezien de warme band en goede communicatie tussen moeder en oma, en het ontbreken van bezwaren, wijst het gerecht het verzoek toe. De voogdij zal ingaan bij de geboorte en de geboorteakte zal zo spoedig mogelijk aan het gerecht worden gestuurd voor registratie.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven door rechter R.P.P. Hoekstra op 22 juli 2026.

Uitkomst: De oma wordt benoemd tot voogd over het ongeboren kind van de minderjarige moeder, met ingang van de geboorte.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600399
datum beslissing: 22 juli 2026
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot het ongeboren kind van de hierna te noemen moeder.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder,
en
[de oma], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
wonende te Bonaire,
hierna: de oma.

1.Procesverloop

1.1.
Op 16 juli 2026 is een verzoek van de Voogdijraad ontvangen om de oma te belasten met de voogdij over het ongeboren kind van de moeder. Bij het verzoekschrift is een raadsrapport gevoegd.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling achterwege kan blijven.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat vandaag schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.

2.De feiten

2.1.
De moeder is geboren op [geboortedatum] 2009. Zij is zwanger en de uitgerekende datum is, volgens opgave van de verloskundige, omstreeks 31 juli 2026. De ongeboren baby is (nog) niet door de biologische vader erkend. Van de vader zijn. op het moment van het indienen van het verzoekschrift. geen personalia bekend bij de Voogdijraad.
2.2.
De Voogdijraad heeft onderzoek gedaan naar de vraag of het in het belang van het ongeboren kind is om de voogdij te beleggen bij de oma. Op 16 juli 2026 heeft de Voogdijraad een rapport uitgebracht. Uit dit rapport blijkt dat de Voogdijraad adviseert de oma te belasten met de voogdij over het ongeboren kind.
2.3.
De oma heeft zich schriftelijk bereid verklaard om de voogdij over de nu nog ongeboren baby op zich te nemen.

3.Het verzoek en de beoordeling

Verzoek
3.1.
De Voogdijraad verzoekt om de oma te belasten met de voogdij over de nu nog ongeboren baby van de moeder.
Beoordeling
3.2.
In artikel 1:295 BW Pro BES is bepaald dat de rechter in eerste aanleg een voogd benoemt over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien. De moeder is minderjarig en zij zal ingevolge artikel 1:246 BW Pro BES ten tijde van de geboorte van de baby onbevoegd zijn om het gezag uit te oefenen. Vanaf de geboorte zal er dus een gezagsvacuüm zijn.
3.3.
De baby is nog niet geboren, maar artikel 1:2 BW Pro BES bepaalt onder meer dat een kind als geboren wordt aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit vordert. Het gerecht is van oordeel dat gezien het rapport van de Voogdijraad de situatie rondom het ongeboren kind meebrengt dat er ten aanzien van het onderhavige verzoek moet worden beslist. De baby wordt daarom, juridisch, als reeds geboren aangemerkt.
3.4.
De Voogdijraad heeft onderzocht op welke manier het beste in het gezagsvacuüm kan worden voorzien, waarbij ook naar een meerderjarigheidsverklaring van de moeder is gekeken. De Voogdijraad heeft geconcludeerd dat de oma en de moeder een warme band hebben en dat de communicatie tussen hen probleemloos verloopt. De Voogdijraad vindt het in het belang van het ongeboren kind om de oma als voogdes te benoemen. De moeder en de oma zijn akkoord met dit advies. Het gerecht sluit zich aan bij het advies van de Voogdijraad. Voldoende is gebleken dat de oma geschikt en gemotiveerd is om de voogdij uit te oefenen, terwijl meerderjarigverklaring van de moeder geen geschikte optie lijkt. Nu alle betrokkenen instemmen met de oma als voogdes en voor het overige ook niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het verzoek worden toegewezen.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
benoemt
[de oma], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), tot voogdes over het nu nog ongeboren kind waarvan
[de moeder], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), op dit moment zwanger is, waarbij de voogdij zal ingaan op het moment van de geboorte,
4.2.
gelast
[de oma]om de geboorteakte van de baby, waarvan
[de moeder]op dit moment zwanger is, zo spoedig mogelijk aan het gerecht te sturen waarna de griffier zorg zal dragen dat aantekening wordt gemaakt van de onder 4.1. gegeven beslissing in het gezagsregister;
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.