ECLI:NL:OGEABES:2026:172

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
BON202500161 & BON202500162
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag en vaststelling omgangsregeling minderjarige kinderen

In deze zaak vordert de vader eenhoofdig gezag over zijn drie minderjarige kinderen, geboren in 2014, 2015 en 2018 te Bonaire. De procedure is voortgezet na eerdere aanhouding van beslissingen over gezag en omgang. Tijdens de mondelinge behandeling is het verzoek tot eenhoofdig gezag besproken en de huidige omgangsregeling geëvalueerd.

De Voogdijraad Caribisch Nederland adviseert het gezamenlijk gezag in stand te laten. Het gerecht overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat het herstel van het contact tussen de moeder en de kinderen sinds maart 2026 gaande is. Gezien dit herstel en het feit dat de kinderen onder toezicht zijn gesteld tot december 2026, draagt toewijzing van eenhoofdig gezag aan de vader niet bij aan het belang van de kinderen.

Met betrekking tot de omgangsregeling is vastgesteld dat de kinderen één keer per twee weken van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de moeder verblijven. De uitbreiding van de omgang verloopt goed, maar verdere uitbreiding is nog niet aan de orde en moet stapje voor stapje in overleg met de gezinsvoogd plaatsvinden. De schoolvakanties worden gelijk verdeeld tussen vader en moeder. Vanwege het familierechtelijke karakter draagt iedere partij haar eigen proceskosten.

Het gerecht wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af, stelt de omgangsregeling vast zoals voorgesteld, verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af.

Uitkomst: Het verzoek tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen en de omgangsregeling wordt vastgesteld op één keer per twee weken van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de moeder.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500161, BON202500162
datum beslissing: 15 juli 2026
BESCHIKKING
in de zaak van
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder,
gemachtigde: mr. N.B. Louisa.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure de Voogdijraad Caribisch Nederland, gevestigd te Bonaire, gekend, hierna: de Voogdijraad.

1.De verdere procedure

1.1.
Voor het verloop van de procedure tot 17 december 2025 wordt verwezen naar de beschikking van die datum, waarbij de beslissingen over het gezag en een definitieve omgangsregeling met betrekking tot de minderjarigen
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2014 te Bonaire,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 te Bonaire en
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2018, zijn aangehouden.
1.2.
Op 15 juni 2026 heeft mr. Louisa aanvullende producties bij de griffie van dit gerecht ingediend.
1.3.
Op 16 juni heeft de rechter, buiten aanwezigheid van anderen, gesproken met [de minderjarige 1].
1.4.
De voortgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Beide partijen zijn, met hun gemachtigden, verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen. Namens Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (hierna: ZJCN) is een jeugdzorgprofessional verschenen.
1.5.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is het verzoek tot eenhoofdig gezag door de vader besproken en is de huidige omgangsregeling geëvalueerd. De Voogdijraad adviseert ter zitting om het gezamenlijk gezag in stand te laten. Het gerecht overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is. Nu het contact tussen de moeder en de kinderen aan het herstellen is en de omgang tussen hen sinds maart 2026 is uitgebreid, is het gerecht van oordeel dat een toewijzing van eenhoofdig gezag aan de vader niet bijdraagt aan dat contactherstel tussen moeder en kinderen. Ook speelt een rol dat op dit moment de kinderen onder toezicht zijn gesteld tot 17 december 2026. Het gerecht zal daarom het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag afwijzen.
2.2.
Met betrekking tot de omgangsregeling heeft ZJCN ter zitting verklaard dat de uitbreiding van de omgang vanaf maart 2026 goed verloopt. De huidige regeling houdt in dat de kinderen één keer per twee weken van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de moeder zijn. Het gerecht overweegt dat uitbreiding van de regeling nog niet aan de orde is en dat er nog gewerkt moet worden aan herstel van vertrouwen. Uitbreiding van de regeling kan in overleg met de gezinsvoogd stapje voor stapje plaatsvinden, zolang dat in het belang van de kinderen is. Het gerecht geeft daarbij in overweging dat uitbreiding van de regeling zou kunnen bestaan uit een avond en nacht in de week dat de kinderen niet het weekend bij de moeder verblijven. Met betrekking tot de schoolvakanties overweegt het gerecht dat deze bij helfte kunnen worden verdeeld, dus 50% van de schoolvakanties bij de vader en 50% bij de moeder. Partijen kunnen dit met behulp van de gezinsvoogd nader invullen.
2.3.
Vanwege het familierechtelijke karakter is voor een proceskostenveroordeling geen plaats en zal iedere partij de eigen kosten dragen.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
wijst af het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2014 te Bonaire,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 te Bonaire en
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2018;
3.2.
stelt de volgende omgangsregeling vast tussen de moeder en de minderjarige kinderen genoemd onder 3.1.:
één keer per twee weken van vrijdagmiddag tot maandagochtend;
3.3.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.